Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/5.2.3.1
5.2.3.1 Het aanvullende karakter van de Awb
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285431:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
MvT (Aanpassingswet Awb), Kamerstukken II 1990/91, 22 061, nr. 3, blz. 78.
Hierop is bijvoorbeeld art. 9 Ambtenarenwet 2017 (voorheen: art. 125a, derde lid, Ambtenarenwet 1929) of art. 2:5 Awb van toepassing. Vergelijk: NAV, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 7, blz. 26 over de toepassing van de Wob op het fiscale uitvoeringsbeleid.
Den Boer e.a. 1999, blz. 559. Vergelijk: Bergman e.a. 2014, blz. 146 (noot 142) en Jansen 2017, blz. 169.
Het is in ieder geval, behoudens samenwerkingsverbanden, uiterst discutabel.
Snippe 2019, blz. 465. In vergelijkbare zin: R.N.J. Kamerling en M. Snippe, Het vertrouwen in de fiscale geheimhoudingsplicht bij het rijksbrede toezicht, WFR 2020/95.
“(…) en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsregime geldt (…)”.
Art. 2:5 Awb heeft, anders dan art. 67 AWR, een aanvullend karakter en is niet van toepassing voor zover reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt.1 Opgemerkt wordt dat art. 67 AWR uitsluitend ziet op informatie over de persoon of zaken van een ander. Op overige vertrouwelijke informatie, zoals controlestrategie of beleidsstukken, ziet art. 67 AWR niet.2 In zoverre is de reikwijdte van de Awb-bepaling breder. Den Boer e.a. zijn tot de conclusie gekomen dat in het belastingrecht art. 67 AWR geldt in plaats van art. 2:5 Awb.3 Zij konden zich namelijk geen situaties voorstellen dat uit art. 2:5 Awb een geheimhoudingsplicht zou voortvloeien die niet reeds tevens door art. 67 AWR wordt voorgeschreven. Hierbij moet worden opgemerkt dat, sinds de herziening in 2008, een zeer strikte, letterlijke interpretatie mogelijk kan leiden tot discussie. Ingeval de fiscale geheimhoudingsplicht als gevolg van art. 67, tweede lid, AWR niet van toepassing is, zou namelijk de geheimhoudingsbepaling van art. 2:5 Awb direct in beeld komen. Art. 67, tweede lid, AWR luidt immers: “De geheimhoudingsplicht geldt niet indien: (…)”.4 Voor zover het alsdan zou gaan om onderdeel a (wettelijke verplichting) en onderdeel c (bekendmaking aan de belastingplichtige) is dit echter kortstondig en leidt dit vermoedelijk niet tot problemen.5 Voor onderdeel b in combinatie met de ministeriële regeling van art. 43c Uitv. Reg. AWR 1994 zou dat mogelijk anders zijn. De ministeriële regeling beoogt een bevoegdheid te creëren voor het verstrekken van fiscale gegevens, maar is niet aan te merken als “enig wettelijk voorschrift dat tot mededeling verplicht” in de zin van art. 2:5 Awb. Verstrekking van fiscale gegevens op grond van de ministeriële regeling vloeit evenmin voort uit de taak van de inspecteur in zin van art. 2:5 Awb.6 Met deze redenering stelt Snippe dat art. 43c Uitv. Reg. AWR 1994 in strijd zou zijn met het legaliteitsbeginsel.7 Omdat deze strikte, letterlijke interpretatie van art. 67 AWR ertoe zou leiden dat de ministeriële regeling van art. 43c Uitv. Reg. AWR 1994 een dode letter wordt, kan ervan worden uitgegaan dat dit niet de bedoeling van de wetgever is geweest. De fiscale geheimhoudingsbepaling van art. 67 AWR dient als één geheel te worden beschouwd, inclusief de uitzonderingen en ontheffingen. Het wijzigen in art. 2:5 Awb van de term ‘geheimhoudingsplicht’ in de term ‘geheimhoudingsregime’ zou in zoverre een verduidelijking zijn.8