Toegang tot het recht bij massaschade
Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/1.5:1.5 Onderzoeksvraag en methode van onderzoek
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/1.5
1.5 Onderzoeksvraag en methode van onderzoek
Documentgegevens:
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS596081:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een uitgebreide bespreking van deze factoren met verdere verwijzingen Tzankova 2005, p. 26-7, Tzankova 2004, p. 104.
Waar in dit onderzoek gesproken wordt van 'Amerika' wordt de Verenigde Staten van Amerika bedoeld. Als ik van 'Engeland' of de 'Engelse benadering' e.d. spreek, dan bedoel ik Engeland en Wales. 'Engeland' wordt in dit onderzoek ook gebezigd als een synoniem van het Verenigd Koninkrijk.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van het bovenstaande kom ik tot de formulering van de volgende onderzoeksvraag:
Waarborgt een collectieve afwikkeling van schadevergoedingsaanspraken in gevallen van substantiële massaschade de toegang tot het recht beter dan een individuele afdoening en is die afwikkeling om die reden een te prefereren afwikkelingsmethode?
Deze onderzoeksvraag, die omwille van de overzichtelijkheid zo beknopt mogelijk is geformuleerd, wordt opgesplitst in de volgende deelvragen:
a.Wat wordt in de literatuur thans verstaan onder 'toegang tot het recht'?
Deze vraag is hiervoor in 1.4 summier aangekaart en wordt zoals al aangekondigd nader in hoofdstuk 2 uitgewerkt.
b.Hoe hebben twee relevante buitenlandse rechtsstelsels de afwikkeling van substantiële massaschade op hoofdlijnen geregeld?
Ik zal deze vraag niet beantwoorden door een uitputtende beschrijving te geven van het in beide rechtsstelsels geldende recht. Dan zou ik vele tientallen bladzijden meer nodig hebben dan nu. Die bladzijden heb ik wel, maar ik meen dat geen lezer ermee gediend is die voorgelegd te krijgen. Ik vind dit ook niet het meest wenselijke niveau van rechtsvergelijking. Waar ik naar streef, is om de lezer mee te nemen in mijn zoektocht in literatuur en (in beperkte mate) rechtspraak van beide rechtsstelsels naar die thema's die er toe doen, met name omdat ze essentieel, problematisch, en omstreden zijn. Ik noem dit een thematische analyse en rechtsvergelijking. De thema's zijn in beide rechtsstelsels niet dezelfde, maar tot op zekere hoogte zijn ze wel onderling vergelijkbaar. In 5.2 zal ik ze herleiden tot tien kernthema's, die, op basis van dit onderzoek, naar mijn mening het antwoord op de onderzoeksvraag bepalen.
Bij de rechtsvergelijkende methode is de keuze voor de te inventariseren rechtsstelsels van belang. Er zijn verschillende factoren die deze keuze bepalen. Die keuze is al eerder toegelicht.1 Toepassing daarvan op het onderzoeksonderwerp levert twee rechtsstelsels op die niet alleen de twee tegenovergestelde procedurele basisbenaderingen bij de afwikkeling van massaschade vertegenwoordigen, maar tevens op ruime ervaring daarmee in de praktijk kunnen bogen. Met name dat laatste is voor de hier gevolgde thematische aanpak van belang. Het betreft de 'Amerikaanse' en de 'Engelse' basisbenadering,2 die respectievelijk de `opt out'- en de `opt in'-regimes bij de afwikkeling van massaschade vertegenwoordigen. De rechtsvergelijking vindt plaats in hoofdstukken 3 en 4.
c. In hoeverre lijken de geïnventariseerde buitenlandse mechanismen en instrumenten erin te slagen om:
de transactiekosten bij de afwikkeling te reduceren? In 1.10 ga ik nader in op de methode die ik voor de waardering van de transactiekostenreductie hanteer;
gelijke behandeling van massaschadelijders te waarborgen? Dit beoordeel ik aan de hand van twee factoren, namelijk het vermogen van een stelsel om:
de informatie-asymmetrie bij de totstandkoming van schikkingen te ondervangen,
en een limited fund-verdeling te realiseren;
het free rider probleem te elimineren, althans te beperken?
Op basis van de thematische analyse in de rechtsvergelijkende hoofdstukken en de in 5.2 gedistilleerde thema's wordt deze vraag ik 5.3 beantwoord.
d. Welke zijn de bij de beantwoording van vraag c. blijkende neveneffecten (bezwaren/problemen) van de desbetreffende maatregelen?
Bij onderzoeksvragen b., c., en d. zal gebruik worden gemaakt van bestaande empirische en rechtseconomische inzichten. Met dit onderzoek wordt beoogd om tevens zo veel mogelijk vast te stellen hoe de verschillende afwikkelingsmechanismen in de praktijk functioneren en tot welke problemen zij kunnen leiden. Als hier onvoldoende empirische gegevens over beschikbaar zijn, blijken rechtseconomische analyses een nuttig en bruikbaar alternatief te bieden.