Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/1.1
1.1 Introductie 'massaschade'
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS597280:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bij Micklitz&Stadler 2006, Micklitz&Stadler 2005 vinden we een uitgebreid overzicht van de initiatieven in verschillende Europese landen.
Micklitz&Stadler 2006, p. 1495-7 bespreken beknopt de Europese ontwikkelingen. Zij wijzen ook op Richtlijn 2004/48/EC `on the enforcement of intellectual property rights that has introduced a collective claim for damages which has almost not been noticed'.
Stb. 340 en Stb. 380.
Uitgebalanceerd 2006 en Een nieuwe balans 2003.
Hierover in 5.2.1 meer.
Zie voor andere invullingen van het massaschadebegrip o.m. Barendrecht 2002, p. 605-17, Akkemians 1997, p. 255, n. 1, Bunjes 1996, p. 9-11, Bauw 1995, p. 622.
Een duidelijk voorbeeld voor Nederland biedt de behandeling van het wetsvoorstel 28 349 dat uiteindelijk geleid heeft tot de Wet van 19 december 2002 tot invoering in de Algemene wet inzake rijksbelastingen van de mogelijkheid tot het doen van een collectieve uitspraak op massaal bezwaar, Stb. 2003/10. In de literatuur werd door sommigen verdedigd dat de nieuwe regeling van toepassing dient te zijn indien het aantal betrokken belastingplichtigen 5000 bedraagt, terwijl andere auteurs van mening waren dat dit aantal veel hoger zou moeten zijn, zo rond 100.000. Zie Rosier 2002, p. 967 en Jansen 2002, p. 971-2. In de nieuwe regeling is hieromtrent uiteindelijk geen bepaling opgenomen.
In Engeland wordt bijvoorbeeld aangenomen dat er ten miste 10 soortgelijke gevallen moeten zijn, wil men gebruik kunnen maken van een bijzonder procedureel mechanisme (a Group Litigation Order) dat in het leven is geroepen voor massaschade gevallen, zie Hodges 2001, p. 30. In Amerika wordt echter bij large scale litigation eerder gedacht aan honderden, duizenden of tientallen duizenden betrokkenen. In Canada is het minimale aantal `two or more', maar er worden aanvullende criteria gehanteerd om het begrip af te bakenen. Vlg. Eizenga 2003, § 3.19-23.
Ik refereer hier aan de in de belastingwereld bekende 'vakantiebonnen' kwestie, naar aanleiding waarvan de Wet van 19 december 2002 tot invoering in de Algemene wet inzake rijksbelastingen van de mogelijkheid tot het doen van een collectieve uitspraak op massaal bezwaar werd ingevoerd, Stb. 2003/10. Zie ook Essers & Happé 2002, p. 1537.
Voor voorbeelden van andere mogelijke onderverdelingen van massaschade (in het aansprakelijkheidsrecht) zie Bauw & Frenk 2002, p. 79, Koch 1998, p. 801-3, Von Bar 1998, Rubriek Developments 1976, p. 1356. In de Amerikaanse literatuur hanteert men vaak het `mass torts' begrip als een verzamelbegrip voor alle typen massaschade, die op een aansprakelijkheidsgrondslag kunnen worden gebaseerd. Het valt in vijf subcategorieën uiteen, namelijk in mass accidents, mass exposure, personal injury mass torts, property damage mass torts en economic loss: Klonoff & Bilich 2000, p. 757-8 en Cohen 1998, p. 269-73.
Zie ook Een nieuwe balans 2003, p. 164-6, 174-7.
Onder kosten worden de kosten begrepen van rechtshulp en het inschakelen van derden zoals getuigen en deskundigen, kosten van de tijd aan claimafhandeling besteed door de schadelijder, kosten van onzekerheid en overige emotionele kosten.
In het bijzonder bij het tweede subtype strooischade: Tzankova 2005, p. 22-3, 69.
De publicatie over strooischade (Tzankova 2005) kwam mede tot stand dankzij een studiebeurs van een advocatenkantoor welke in 2004 werd toegekend.
Massaschade, collectieve acties, class actions: de afgelopen jaren hebben deze onderwerpen veel agenda's beheerst. De verwachting is dat dit voorlopig zo blijft. Veel landen hebben ondervonden dat de frequentie waarmee massaschade zich voordoet weinig zegt over de impact die het verschijnsel op een rechtssysteem kan hebben. Eén of twee gevallen van massaschade per jaar zijn al voldoende om een rechtssysteem jarenlang in hun greep te houden en de 'dagelijkse gang van de rechtspleging' te verstoren. Inmiddels hebben bijna alle Europese landen een collectieve actie regeling of iets dat erop lijkt (al dan niet op een beperkt materieelrechtelijk terrein) in voorbereiding of goedgekeurd. In sommige landen is de regeling reeds in werking getreden.1 Op Europees niveau zijn er ook initiatieven, zij het vooral op het beperkte terrein van het mededingingsrecht.2 In Nederland bestaat van de kant van de overheid ook de nodige aandacht, hetgeen blijkt uit de invoering van de Wet Collectieve afwikkeling massaschade (WCAM)3 en de voorstellen in het kader van de fundamentele herbezinning burgerlijk procesrecht. Laatstgenoemde voorstellen bepleiten een principiële en daarom een meer structurele, in tegenstelling tot ad hoc, benadering van massaschade.4 Over het fundamentele karakter dat de afwikkeling van massaschade heeft, lopen de meningen in Nederland echter vooralsnog uiteen.5 Met dit boek hoop ik de voorstanders van de 'praktische benadering' over de spreekwoordelijke (principiële) streep te trekken.
Dit onderzoek betreft 'massaschade' en 'massale zaken'. Daarbij gaat het om grote aantallen benadeelden die een geschil hebben met één of een beperkt aantal normschender(s). Aan dat geschil liggen echter dezelfde of soortgelijke feitelijke en juridische vragen ten grondslag. De mate waarin sprake is van gemeenschappelijkheid in de feitelijke en in de juridische vraagstelling kan variëren, en zal vaak samenhangen met de aard van de normschendende gebeurtenis. Denk aan Enschede en Volendam, World Online, en de aandelenlease-affaire, maar ook aan geschillen tussen een kabelexploitant en consumenten die het niet eens zijn over de hoogte van de abonnementsgelden. De gemeenschappelijkheid in de feitelijke en de juridische vraagstelling is in de eerste twee gevallen bijvoorbeeld groter dan bij de aandelenlease affaire.
Dat het om grote aantallen getroffenen gaat, is bij massaschade een constante factor.6 Omdat het vooral de 'getallen' zijn die de aandacht trekken en het afwikkelingsproces bemoeilijken, wordt bij het definiëren van het begrip al snel naar een kwantitatief criterium gegrepen. Het is echter lastig om exact aan te geven hoe groot het aantal schadelijders dient te zijn om een voorliggend geval als massaschade aan te kunnen merken.7 Dat kan verschillen van land tot land,8 of zelfs per rechtsgebied, aangezien een en ander mede afhankelijk zal zijn van de omvang en het (proces)vermogen van een desbetreffend stelsel om met grote aantallen claims om te gaan. Er zijn 1,4 miljoen bezwaarschriften nodig om het normale werk van de Belastingdienst te ontwrichten,9 terwijl een kleine rechtbank al bij 100 extra zaken overbelast kan raken. Een kwantitatief criterium kan dus niet beslissend zijn, maar wel een eerste indicatie vormen dat een massaschadegeval zich voordoet.
In het kader van dit onderzoek worden massaschade en massale zaken onderverdeeld in twee hoofdtypes.10 Deze indeling11 is gerelateerd aan de mate waarin het instellen van een individuele schadevergoedingsactie per benadeelde in rechte al dan niet opportuun is, gelet op de uitkomst van een individuele kosten-baten analyse.12 Bij het eerste type is de omvang van de individuele schades zodanig dat een individuele actie in het licht van die uitkomst met het oog op een dergelijke analyse opportuun is (substantiële massaschade), terwijl dat bij het tweede type (strooischade) niet het geval is. Bij substantiële schade staat, zoals nog blijken zal, individuele compensatie voorop, terwijl bij strooischade voordeelontneming en normhandhaving centraal staan.13
Met deze tweedeling wordt beoogd om het denken over dit complexe verschijnsel te structureren. Dit bevordert een gericht onderzoek naar de procedurele problematiek die zich bij de afwikkeling daarvan voordoet en naar mogelijke oplossingen, waarover in 1.5 meer. Discussies over die problematiek en oplossingen kunnen dan in 'dezelfde taal' worden gevoerd, zonder te worden vertroebeld door oneigenlijke of niet ter zake doende argumenten. De thema's die van belang zijn bij de afwikkeling van strooischade en substantiële massaschade overlappen elkaar slechts op een klein aantal punten, waarvan de collectieve schikking en haar invloed op het gedrag en de beloning van belangenbehartigers (het zogenaamde agency probleem) er één is.
Het feit dat aan strooischade en aan substantiële massaschade in twee afzonderlijke publicaties aandacht wordt besteed, is derhalve terug te voeren op meer dan een samenloop van omstandigheden.14 Deze aanpak past ook bij de insteek van dit onderzoek om het principiële verschil tussen beide hoofdtypen met hun specifieke problematiek te benadrukken.