Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/2.8.2
2.8.2 Beschermingsmaatregelen relevante factor bij keuze voor Nederland?
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS348255:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kemperink & De Roo, Mylan and Beyond: de positie van de Nederlandse beschermingsstichting van de beursgenoteerde vennootschap met meervoudige nationaliteit, Ondernemingsrecht 2016/55, De Brauw, Nederland, het Delaware van Europa? 2016, p. 51. Beleggerskoepel Eumedion waarschuwt voor misbruik van het vennootschapsrecht, Het Financieele Dagblad 8 juli 2015, Eumedion (de belangenbehartiger van institutionele beleggers in Nederland) waarschuwt bij monde van directeur Abma dat buitenlandse bedrijven steeds vaker kiezen voor Nederland, omdat grootaandeelhouders in Nederland met een beschermingsconstructie voorgetrokken kunnen worden boven alle andere aandeelhouders. Hierdoor zou het gelijke speelveld voor beleggers (one share one vote principe) ondermijnd worden.
Voorbeelden zijn Altice N.V. en Cnova N.V. waar met twee klassen van aandelen wordt gewerkt en waarbij de aandelen met het meeste stemrecht bij de oprichter zijn geplaatst. Het stemrecht is daarbij niet evenredig aan de kapitaalinbreng. Zie hierover Abma, De uitwassen van ons flexibele vennootschapsrecht, Ondernemingsrecht 2015/87.
Zie in dit verband Den Boogert, Eumedion ziet spoken rond Nederlandse nv-vorm, Het Financieele Dagblad 13 juli 2015, die mijns inziens terecht opmerkt dat grootaandeelhouders en beschermingsconstructies niets met elkaar te maken hebben. Zie ook paragraaf 3.2.4, alwaar ik concludeerde dat de middelen om de oprichter te beschermen niet als beschermingsmaatregel moeten worden beschouwd.
Interview met Robert Coury, CEO van Mylan N.V., De hele Zuidas is even bezig met zijn farmaciebedrijf, NRC Handelsblad 28 mei 2015.
Over het vennootschappelijk belang en de autonome opvatting in het bijzonder paragraaf 3.4.1 onder b.
Zie bijvoorbeeld The Rise of the ‘Stichting’, an Obscure Takeover Defense, The Wall Street Journal, 22 april 2015, A Stichting and What It Can Do for Mylan, The Wall Street Journal, 11 mei 2015.
De term nucleaire optie werd in de Nederlandse media eerder al gebruikt bij de uitgifte van beschermingsprefs door KPN in 2013; zie Het Financieele Dagblad, 31 augustus 2013.
Zie paragraaf 4.4.2.
Sinds 2015 doet het gerucht de ronde dat de mogelijkheid om zich in Nederland van beschermingsmaatregelen te bedienen een doorslaggevende factor is bij de keuze voor Nederland als vestigingsland.1 Daarbij wordt dan gewezen op een aantal buitenlandse ondernemingen dat zich in Nederland heeft gevestigd en gebruikmaakt van disproportioneel of meervoudig stemrecht ten gunste van de zittende aandeelhouders als de oprichters en/of de familie daarvan.2 In de landen waar deze ondernemingen vandaan komen, zou niet afgeweken kunnen worden van het principe one share one vote. Ik meen dat het hier niet om klassieke beschermingsmaatregelen gaat, maar om middelen die de positie van de oprichter-grootaandeelhouder verstevigen door het geven van een doorslaggevende stem. De mogelijkheid om in Nederland ten gunste van de oprichter-grootaandeelhouder af te wijken van het principe one share one vote draagt dan aan de verplaatsing van die ondernemingen naar Nederland bij en niet de mogelijkheid om gebruik te maken van (klassieke) beschermingsmaatregelen.3
Het overnamegevecht rondom Mylan, een van oorsprong Amerikaanse producent van generieke geneesmiddelen die haar onderneming sinds februari 2014 in de vorm van een nv drijft, heeft de geruchtenstroom dat de mogelijkheid om in Nederland beschermingsmaatregelen te nemen ten grondslag ligt aan verhuizingen naar Nederland, mede gevoed. Ik verwijs naar een korte beschrijving van dit overnamegevecht in paragraaf 2.4.8 onder f. Het bijzondere van Mylan is dat het, zoals gezegd, geen van oorsprong Nederlandse onderneming is. Uit een interview met de CEO van Mylan blijkt dat de keuze voor Nederland is gelegen in het feit dat de bedrijven in Nederland rekening houden met álle belanghebbenden en niet alleen met de aandeelhouders.4 Daarbij benadrukte de CEO dat het belang van het bedrijf vooropstaat en dat de belangen van aandeelhouders, werknemers, klanten als ziekenhuizen en apotheken en patiënten daarin allemaal worden meegewogen. Het lijkt erop dat de CEO van Mylan de autonome opvatting met betrekking tot het vennootschappelijk belang aanhangt.5
Omdat Mylan een onderneming drijft in de Verenigde Staten en veel aandeelhouders uit dat land kent, was er in de Verenigde Staten veel belangstelling voor de beschermingsprefs. In de Amerikaanse media werd de stichtingsstructuur als een “obscure and powerful legal verhicle” of een “arcane Dutch legal structure” beschouwd.6 Ook werd beweerd dat het uitoefenen van de optie door de stichting gelijk is aan een nucleaire optie.7 Wat opvalt aan de berichtgeving is dat de meeste pijn lijkt te zitten in het idee dat de vennootschap zelf geen controle heeft over haar bescherming en het beëindigen van die bescherming. Zoals in paragraaf 2.7.2 aan de orde is gesteld, is het in de Verenigde Staten juist de vennootschapsleiding die de controle over de bescherming uitoefent. De oude Nederlandse praktijk van de putoptie lijkt beter aan te sluiten bij het gebruik van beschermingsmaatregelen in de Verenigde Staten. Is een putoptie door de stichting aan de vennootschap verleend, dan bepaalt de vennootschapsleiding immers of de beschermingsprefs uitgegeven moeten worden en niet de stichting.8 Tegenwoordig ligt in Nederland de beslissing om de optie uit te oefenen bij een onafhankelijke derde (de stichting) en het beëindigen van de bescherming kan – dus anders dan in de Verenigde Staten – niet eenvoudig bewerkstelligd worden door een beslissing van de vennootschapsleiding. Uit paragraaf 2.4.6 onder b blijkt dat in Nederland nu juist bewust gekozen is voor een onafhankelijke stichting. Bestuurders (en commissarissen) zouden niet zelf een beslissende stem moeten hebben bij de beoordeling van hun beleid.