Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/3.2.5
3.2.5 De ontwikkeling van de trustwetgeving in het Curaçaose recht
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717385:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook: M.L. Alexander, ‘Kanttekeningen inzake drie wetsontwerpen tot invoering van de common law trust in de Nederlandse Antillen’ in: W. Breemhaar & T.R. Hidma (red.), Samenleven. Samenwerken. Opstellen aangeboden aan Prof. mr. E.C. Henriquez ter gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag, Deventer: Kluwer 1983, p. 1-11; MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 1. Zie ook: J. De Boer, Het nieuw BW overzee, Deventer: Kluwer 2019, par. 4.71; M.F. Murray, De Parlementaire Geschiedenis van het Curaçaose Burgerlijk Wetboek: Tekst en toelichting op het Burgerlijk Wetboek, Den Haag: Bju 2016, p. 809-810.
In 2001 is het Nieuw Fiscaal Raamwerk (NFR) in de voormalige Nederlandse Antillen, waaronder Curaçao, geïntroduceerd en omvat ingrijpende wetswijzigingen en de hervorming van het Nederlands-Antilliaanse fiscale stelsel. Deze introductie is het gevolg van een aantal internationale ontwikkelingen omtrent het tegengaan van belastingontwijking (anti-misbruik belastingmaatregelen in het Westen) en het wereldwijd bevorderen van eerlijke belastingconcurrentie. Door de afname van de offshore-praktijk in de laatste jaren, is er getracht om onder andere via het NFR, de Nederlands-Antilliaanse economie te stimuleren en de inkrimpende offshore-praktijk te versterken. Het oude fiscaal regime dat voor 2001 toepasselijk was op buitenlandse vennootschappen in de financiële sector is met de introductie van het NFR per 1 januari 2002 afgeschaft. Echter, het eerdergenoemde regime werd voor een aantal oude ‘offshore companies’ via de overgangsregeling van het NFR tot 2019 gehanteerd. Zie hiervoor: S.R. Vanenburg & A. Kattouw, Het Nieuw Fiscaal Raamwerk op de Nederlandse Antillen – De Antillen als nieuwe vestigingsplaats voor de internationale financiële dienstensector, Deventer: Kluwer 2002, p. 7-12 en 81-83.
M.F. Murray, De Parlementaire Geschiedenis van het Curaçaose Burgerlijk Wetboek: Tekst en toelichting op het Burgerlijk Wetboek, Den Haag: Bju 2016, p. 816-817.
MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 1-2; M.L. Alexander, ‘Kanttekeningen inzake drie wetsontwerpen tot invoering van de common law trust in de Nederlandse Antillen’ in: W. Breemhaar & T.R. Hidma (red.), Samenleven. Samenwerken. Opstellen aangeboden aan Prof. mr. E.C. Henriquez ter gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag, Deventer: Kluwer 1983, p. 2. Zie ook: J. De Boer, Het nieuw BW overzee, Deventer: Kluwer 2019, par. 4.71; M.F. Murray, De Parlementaire Geschiedenis van het Curaçaose Burgerlijk Wetboek: Tekst en toelichting op het Burgerlijk Wetboek, Den Haag: Bju 2016, p. 816; J.W.M. Thesseling, ‘De Antilliaanse Trust’, WPNR 1999/6356, p. 340-345.
Door zijn gunstige ligging in het Caribisch gebied heeft Curaçao in de vorige eeuw een brede internationale financiële sector, met name de offshore-praktijk, opgebouwd en heeft het voor lange tijd als financieel centrum gefungeerd.
De discussie omtrent het voornemen tot de invoering van de trustfiguur in het Curaçaose recht is voor het eerst in de tweede helft van de twintigste eeuw op gang gebracht. Door de opkomst van de (voormalige) Nederlandse Antillen als belastingparadijs en de belangstelling destijds voor de trustfiguur, verscheen in de daaropvolgende jaren een reeks wetsontwerpen die waren opgesteld door een aantal lokale en Nederlandse rechtsgeleerden.1 Het debat inzake de wenselijkheid van een eigen trustwetgeving werd met de inwerkingtreding van het Haagse Trustverdrag in Nederland opnieuw aangewakkerd en is in toenemende mate van betekenis geworden door de komst van het zogeheten Nieuw Fiscaal Raamwerk (NFR) op fiscaal gebied.2 De afname van het aantal offshore-vennootschappen in de afgelopen jaren heeft ertoe geleid dat de Curaçaose wetgever naar instrumenten heeft gezocht om de Curaçaose economie een stimulans te geven en het land weer als aantrekkelijk internationaal financieringscentrum de belastingconcurrentie te laten aangaan.3 Ter bevordering hiervan en vanwege de dominante positie van de rechtsfiguur trust in de internationale financieringswereld, heeft de Curaçaose wetgever naast de invoering van het NFR op fiscaal niveau, al in 1998 een trustachtige rechtsfiguur in het Burgerlijk Wetboek geïntroduceerd, de zogeheten stichting particulier fonds (SPF).4 In vervolg op de introductie van de trustachtige SPF in 1998 verlangde de Curaçaose wetgever naar een volwaardige eigen trustwetgeving. Hieraan lag ten grondslag het feit dat de trustfiguur al een vertrouwde en bekende juridische constructie was in de internationale financiële wereld. Als gevolg hiervan zou de trust als aantrekkelijk financieel product in de internationale financieringspraktijk kunnen worden gepresenteerd en zou de wetgever op deze wijze de buitengaatse sector kunnen steunen.5
De Curaçaose trustwetgeving is na een voorbereidingsperiode van tien jaar op 1 januari 2012 in werking getreden. Met deze invoering is Curaçao als eerste land binnen het Koninkrijk een koploper wat betreft het trustrecht en is Curaçao de moeilijke uitdaging op dit gebied aangegaan.