Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/3.2.4
3.2.4 De invoering van het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen (en later Curaçao)
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717383:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Van 1854 tot 1936 werden de voormalige Nederlandse Antillen, Curaçao en de Onderhorigheden genoemd. Voor een uiteenzetting van deze periode zie L. Dalhuisen e.a., Geschiedenis van de Antillen, Zutphen: Walburg Pers 2009, p. 94-95.
M.F. Murray, De Parlementaire Geschiedenis van het Nederlands Antilliaanse (nieuw) Burgerlijk Wetboek Tekst en toelichting op het nieuwe Burgerlijk Wetboek, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2006, p. 7.
M.F. Murray, De Parlementaire Geschiedenis van het Nederlands Antilliaanse (nieuw) Burgerlijk Wetboek Tekst en toelichting op het nieuwe Burgerlijk Wetboek, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2006, p. 7.
M.F. Murray, De Parlementaire Geschiedenis van het Nederlands Antilliaanse (nieuw) Burgerlijk Wetboek Tekst en toelichting op het nieuwe Burgerlijk Wetboek, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2006, p. 8-9.
M.F. Murray, De Parlementaire Geschiedenis van het Nederlands Antilliaanse (nieuw) Burgerlijk Wetboek Tekst en toelichting op het nieuwe Burgerlijk Wetboek, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2006, p. 9. Zie ook: J. De Boer, Het nieuw BW overzee, Deventer: Kluwer 2019, par. 1.5.
M.F. Murray, De Parlementaire Geschiedenis van het Nederlands Antilliaanse (nieuw) Burgerlijk Wetboek Tekst en toelichting op het nieuwe Burgerlijk Wetboek, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2006, p. 9. Zie ook: J.P. de Haan, ‘Vreemd recht. Enkele opmerkingen over Nederlands-Antilliaans recht n.a.v. het 50-jarig bestaan van het concordantiebeginsel’, in: A.C. van Romondt e.a. (red.), Gedenkboek 50 jaar Statuut, Walburg Pers, Zutphen, 2005, p. 137.
M.F. Murray, De Parlementaire Geschiedenis van het Nederlands Antilliaanse (nieuw) Burgerlijk Wetboek Tekst en toelichting op het nieuwe Burgerlijk Wetboek, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2006, p. 11.
J.P. de Haan, ‘De overgangswetgeving en de geldende wetgeving van Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen’, WPNR 2011/6898, p. 694-697. Zie voor een analyse van deze wijzigingen: J. De Boer, Het nieuw BW overzee, Deventer: Kluwer 2019.
De voorloper van de Nederlandse Antillen, toentertijd Curaçao en de Onderhorigheden1 genaamd, kende reeds in de tweede helft van de 19e eeuw een eigen codificatie van het privaatrecht. Dit Burgerlijk Wetboek heeft zijn intrede gedaan op 1 mei 1869 en was nagenoeg gelijkluidend aan het in 1838 ingevoerde Nederlandse Burgerlijk Wetboek.2 Door de grote invloed die het Franse recht had op het toenmalige Nederlandse Burgerlijk Wetboek en het hanteren van de Code Civil van 1804 als groot voorbeeld bij zijn totstandkoming, heeft het toenmalige wetboek van 1869 ook deze invloeden meegekregen.3
Als gevolg van talrijke rechtsontwikkelingen op het gebied van het burgerlijk recht en de toenemende discrepantie tussen de codificatie en gewijzigde maatschappelijke opvattingen, werd in Nederland in de tweede helft van de 20e eeuw het project tot het samenstellen van een Nieuw Burgerlijk Wetboek in gang gezet.4 Uit praktische overwegingen besloten de Nederlandse Antillen evenals Nederland, over te gaan tot herziening van het burgerlijk recht.5 Om het plan te realiseren werd er een Nederlands-Antilliaanse Commissie herziening Burgerlijk Wetboek ingesteld die als taak had een Burgerlijk Wetboek gelijksoortig aan het nieuwe Nederlandse Burgerlijk Wetboek te ontwerpen, rekening houdend met de plaatselijke cultuur en de maatschappelijke opvattingen.6
De vernieuwing van het Nederlands-Antilliaanse Burgerlijk Wetboek werd in twee fasen volbracht. De eerste fase van het project omvatte de invoering van Boek 1 (personen – en familierecht) op 1 januari 2001, gevolgd door de Boeken 3,5,6,7 en 8 (vermogensrecht) op 15 januari 2001 en tot slot Boek 2 (rechtspersonenrecht) op 1 maart 2004.7/8 De tweede fase van het vernieuwingsproces liet lange tijd op zich wachten als gevolg van de gebeurtenissen rondom het ontmantelingsproces van de (voormalige) Nederlandse Antillen. Als autonoom land koos Curaçao voor de voortzetting van het herzieningsproject. De overige wijzigingen – zoals de invoering van het nieuwe erfrecht en de aangebrachte wijzigingen en aanvullingen in de overige boeken van het BWC – zijn op 1 januari 2012 in werking getreden.9