Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/3.2.3
3.2.3 Het concordantiebeginsel in het Statuut
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717453:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3 Statuut.
A.B. Van Rijn, Handboek Caribisch staatsrecht, Den Haag: Bju 2019, p. 121-122 en p. 132-133; L.J.J. Rogier, Beginselen van het Curaçaose Staatsrecht, Den Haag: Bju 2018, p. 49-50; C. Borman, Het Statuut voor het Koninkrijk, Deventer: Kluwer 2012, p. 23-25; M. Nap, Wetgeving van het Koninkrijk der Nederlanden, Zutphen: Walburg Pers 2003, p. 18.
A.B. Van Rijn, Handboek Caribisch staatsrecht, Den Haag: Bju 2019, p. 145-148; L.J.J. Rogier, Beginselen van het Curaçaose Staatsrecht, Den Haag: Bju 2018, p. 56-59; C. Borman, Het Statuut voor het Koninkrijk, Deventer: Kluwer 2012, p. 23-25; M. Nap, Wetgeving van het Koninkrijk der Nederlanden, Zutphen: Walburg Pers 2003, p. 18 en 27.
Art. 39 lid 1 Statuut.
A.B. Van Rijn, Handboek Caribisch staatsrecht, Den Haag: Bju 2019, p. 198-201; L.J.J. Rogier, Beginselen van het Curaçaose Staatsrecht, Den Haag: Bju 2018, p. 17-18;C. Borman, Het Statuut voor het Koninkrijk, Deventer: Kluwer 2012, p. 193-198; M. Nap, Wetgeving van het Koninkrijk der Nederlanden, Zutphen: Walburg Pers 2003, p. 103-104. Zie ook: J. De Boer, Het nieuw BW overzee, Deventer: Kluwer 2019, par. 1.6.
Zie voor dit punt hoofdstuk 5.
Sedert zijn totstandkoming in 1954 regelt het Statuut de staatsrechtelijke betrekkingen en aangelegenheden binnen het Koninkrijk.1 Het Koninkrijk kenmerkt zich door een bijzondere rechtsorde, die gegrond is op de pijlers vrijheid, gelijkwaardigheid en verbondenheid.2 Ieder land binnen deze rechtsorde kent een eigen bestuurssysteem dat gebaseerd is op de parlementaire democratie en draagt zorg voor zijn eigen aangelegenheden. Een aantal collectieve belangen en rechten worden op voet van de eerdergenoemde pijlers, behartigd en gewaarborgd door het Koninkrijk.3
Een grondbeginsel dat van belang is voor de privaatrechtelijke wetgeving is het zogenoemde concordantiebeginsel, neergelegd in artikel 39 van het Statuut. Dit beginsel bepaalt dat onder andere het burgerlijk en handelsrecht binnen de landen van het Koninkrijk “zoveel mogelijk op overeenkomstige wijze wordt geregeld”.4 Met andere woorden, de landen dienen ondanks hun verschillende economische en maatschappelijke achtergronden, onder meer het privaatrecht op Koninkrijksniveau te harmoniseren.5 Voor het trustrecht kan het concordantiebeginsel zeker een belangrijke rol spelen bij de introductie van de trustfiguur in het Nederlandse rechtssysteem.6