Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/9.9.5
9.9.5 Geen schorsing, toch bevoegdheid bestuurder betreffende bezoldiging
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196923:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 22 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1073, ARO 2018/105 (VDL Huizen Holding). De benoemde bestuurder werd uitgerust met beslissende stem en zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid. Hij mocht het tot zijn taak rekenen een minnelijke regeling te beproeven.
OK 22 maart 2018 (VDL Huizen Holding), r.o. 2.4.
OK 22 maart 2018 (VDL Huizen Holding), r.o. 3.8. Duynstee legt een verband tussen deze uitspraak en drie andere beschikkingen waarin de Ondernemingskamer concrete aanwijzingen geeft aan de door haar benoemde bestuurder en “meer sturing en reliëf geeft dan de standaardsuggesties omtrent het onderzoeken van een minnelijke regeling” (D.J.F.F.M. Duynstee, annotatie bij OK 22 maart 2018, JOR 2018/150).
Om een nieuwe verplichting/aanspraak te kunnen bepalen moet de oude van de baan zijn (nr. 325, 329). In 9.13 en 9.14 wordt ingegaan op (on)mogelijkheden om die verplichting bij onmiddellijke voorziening aan te tasten. Zie ook 9.6.
Automatisch gebeurt dat niet, zie 9.8. Het dictum van de beschikking OK 22 maart 2018 (VDL Huizen Holding) vermeldt geen opheffing van de bezoldigingsverplichting.
[335] Een bijzondere uitspraak werd gedaan in de zaak VDL Huizen Holding. De bestuurders werden niet geschorst; er werd naast hen een derde tot bestuurder benoemd, met bepaling (in het dictum) dat deze laatste het salaris en de arbeidsvoorwaarden van de zittende bestuurders zal vaststellen.1 De (niet-geschorste) bestuurders waren allebei natuurlijke persoon en elk had een arbeidsovereenkomst met de vennootschap.2 Zij waren ook aandeelhouder en hadden ingevolge de statuten in hun hoedanigheid van algemene vergadering van aandeelhouders zelf hun salaris en arbeidsvoorwaarden vastgesteld. De omvang van salarissen, privé-onttrekkingen en rekening-courantverhoudingen met de bestuurders was – kort gezegd – niet in overeenstemming met de slechte financiële positie van de vennootschap. Overwogen werd dat de OK-bestuurder het tot zijn taak mag rekenen “de nodige maatregelen te treffen ter zake van de aanpassing van het salaris, het stoppen van privéonttrekkingen en het terugdringen van de rekening-courantstand” en dat er aanleiding is om “in afwijking (…) van de statuten (…) te bepalen dat het salaris en de arbeidsvoorwaarden van (de bestuurders, AF) afzonderlijk zullen worden vastgesteld” door de OK-bestuurder.3 Uit deze formulering blijkt dat er geen nieuwe bevoegdheid is gecreëerd; een bestaande statutaire bevoegdheid van de algemene vergadering is overgedragen aan de benoemde bestuurder. De benoemde bestuurder kan die statutaire bevoegdheid gebruiken nadat de bestaande arbeidsvoorwaarden, waaronder de afspraken over het salaris, zijn beëindigd.4 Onduidelijk is of (en op welke grond) de salarisafspraken in dit geval van tafel zouden zijn.5 In 9.10.1 komt aan de orde dat het zeer onaannemelijk is dat een OK-bestuurder een bestaande bezoldigingsverplichting eenzijdig opzij kan schuiven.