Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/9.12
9.12 Motiveringen van de bezoldigingsingreep
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS197004:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. OK 28 oktober 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4571, ARO 2014/147 (S&R/Direkt Mail Service Buro).Ter motivering van de schorsing en de ontzegging van de vergoeding wordt verwezen naar de motivering van de enquête. Daaruit valt af te leiden dat de bestuurder, een natuurlijke persoon, geschorst is omdat hij zijn financiële eigenbelang heeft gediend.
OK 22 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1073, ARO 2018/105 (VDL Huizen Holding). r.o. 3.8. Zie ook 9.9.5.
OK 21 augustus 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3449, ARO 2014/175 (Depron Holding), r.o. 2.6 en 3.2.
OK 21 augustus 2014 (Depron Holding), r.o. 3.6; de schorsing werd hiermee gemotiveerd; de ontzegging van de managementvergoeding staat alleen in het dictum.
OK 22 augustus 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3481, ARO 2014,177 (Resort Appelscha). Ter illustratie van de financiële toestand: de vennootschap was ondergebracht bij de afdeling bijzonder beheer van de bank en betwijfeld werd of er middelen waren om het onderzoek te bekostigen. De ontzegging van de management fee staat alleen in het dictum.
OK 2 maart 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AG2772 (PCC). De volledige motivering van de getroffen onmiddellijke voorzieningen luidt: “In verband met de toestand van de vennootschap en in het belang van het onderzoek acht de Ondernemingskamer het treffen van onmiddellijke voorzieningen geboden. Zij zal Baan als bestuurder schorsen, zodat Pattynama volledig bevoegd bestuurder is. De Ondernemingskamer acht het voorts geboden de – zwaar op de vennootschap drukkende – verplichting tot doorbetaling van salaris aan Baan te beperken als hierna te vermelden. Het staat de vennootschap overigens vrij Baan zonodig en desgewenst bij werkzaamheden in te schakelen tegen een overeen te komen bezoldiging.”.
Van Slooten wijst er op, dat in het arbeidsrecht financiële krapte bij de werkgever niet wordt aangemerkt als omstandigheid die in de risicosfeer van de werknemer valt en geen grond oplevert voor verval van de loondoorbetalingsverplichting (Van Slooten, SR 2001, p. 277).
OK 5 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1, ARO 2016/36 (Deus ex Machina), r.o. 3.12 (de eerste beschikking in deze zaak). Het betrof een natuurlijke persoon; uit de beschikking blijkt niet of hij op basis van arbeidsovereenkomst dan wel opdracht actief was.
OK 28 april 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1611, ARO 2016/116 (Deus ex Machina), vervolgbeschikking.
OK 16 november 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4937, ARO 2010/170 (2Link Holding); OK 18 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2165, ARO 2017/128 (Roessen & Roessen). In deze laatste zaak waren de bestuurders besloten vennootschappen; dat wijst er op dat er geen arbeidsovereenkomst was. Zie ook 9.9.6.
OK 11 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4392, ARO 2017/29 (Royaums).
OK 1 oktober 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4263, ARO 2015/1 (Nieuwendijk Monumenten). De schorsing was mede ingegeven door belangenverstrengeling en financiële malversaties.
[341] De bepaling dat aan de geschorste bestuurder geen managementvergoeding toekomt wordt zelden afzonderlijk en uitdrukkelijk gemotiveerd. Wat wel voorkomt is dat de schorsing en de ontzegging van de vergoeding gecombineerd worden gemotiveerd. Ook gebeurt het dat bij de bezoldigingsingreep verwezen wordt naar de motivering van de schorsing of van de enquête.1
In die motivering klinkt dan vaak een zorgelijke financiële toestand van de rechtspersoon door. In de zaak VDL Huizen Holding was sprake van relatief buitensporige salarissen, privé-onttrekkingen en scheve rekening-courantverhoudingen ten tijde van liquiditeitskrapte.2 In de zaak Depron Holding waren in verband met de precaire financiële toestand afspraken gemaakt om de managementvergoeding van de bestuurders (natuurlijke personen die op basis van een overeenkomst van opdracht bestuurden) te reduceren.3 Er bestond onduidelijkheid over de declaraties en er was geld aan de vennootschap onttrokken zonder geldige grondslag.4 Bij Resort Appelscha was de financiële situatie onduidelijk, maar er leek een financiële noodtoestand, en de bestuurders leken de belangen van de vennootschap ondergeschikt te hebben gemaakt aan hun eigen belangen.5
Soms zijn er aanwijzingen dat de (omvang van de) managementvergoeding aanleiding geeft tot ontzegging van de aanspraak daarop. Zo werd in de beschikking inzake PCC verwezen naar “de – zwaar op de vennootschap drukkende – verplichting tot doorbetaling van salaris”.6 Over de hoogte van het salaris geeft de beschikking geen informatie, noch over de financiële toestand van de vennootschap.7
Het vereiste besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders over de remuneratie van de bestuurder van Deus ex Machina ontbrak en over de grondslag ervan bestond onduidelijkheid.8 De bepaling dat de bestuurder geen managementvergoeding toekomt is niet afzonderlijk gemotiveerd, maar heeft mogelijk van doen met die onduidelijkheid en dat gebrek.9
Uit de beschikkingen in de zaken Roessen & Roessen en 2Link Holding blijkt een verband tussen de opheffing van de bezoldigingsverplichting en de omstandigheid dat de bestuurder geen werkzaamheden verrichtte.10
Soms wordt aan de geschorste bestuurder de aanspraak op de managementvergoeding ontzegd zonder kenbare motivering. De zaak Royaums is daar een voorbeeld van.11 In de zaak Nieuwendijk Monumenten is evenmin gemotiveerd waarom de vennootschap ontslagen is van haar verplichting de managementvergoedingen aan de geschorste bestuurder te betalen.12