Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/2.4.5.2
2.4.5.2 Tijdens de vergadering
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649943:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 68; Nowak 2004, p. 676 en, voor de vereniging, Kollen 2000, p. 145 en Kollen 2007, p. 377-378.
https://adoc.pub/queue/woensdag-13-mei-2015-1500-uur-roto-smeets-group-deventer.html. Zie ook Abma 2015, p. 536. Ook werden enkele agendapunten door het bestuur en/of de rvc onder de opening ingetrokken. Een ander voorbeeld van wijziging van de volgorde onder de opening deed zich voor in de jaarlijkse algemene vergadering van Batenburg Beheer NV in 2011. Zie hierover par. 6.2.2.9.
Behoudens een andersluidende statutaire bepaling.
Dit volgt mijns inziens uit art. 2:107/217 lid 1 BW. Een restbevoegdheid (zoals de bevoegdheid om ter vergadering de volgorde van de te behandelen onderwerpen te wijzigen) kan in beginsel (ook) aan een ander (of het bestuur) worden toegekend.
Kennelijk anders Rb. ’s-Gravenhage 21 mei 1935 en 8 juni 1935, NJ 1937, 412(Deerns & Westeringh).
Bier 2010, p. 34.
Zie bijvoorbeeld p. 31 t/m p. 50 van de notulen van de algemene vergadering van ASMI van 2006. Daar werd op deze wijze agendapunt 16 naar voren gehaald.
De tweede vaststelling van de agenda geschiedt door de voorzitter bij de opening van de vergadering. Deze vaststelling geschiedt vrijwel altijd impliciet. Door de agenda vast te stellen, bepaalt de voorzitter dat de agenda zoals die er dan ligt, de agenda is waarmee ter vergadering gewerkt zal worden. In beginsel verdraagt zich daarmee niet dat het bestuur en de rvc ter vergadering nog de volgorde van de te behandelen onderwerpen kunnen wijzigen. Zo ver reikt de wettelijke bevoegdheid van het bestuur en de rvc om de agenda vast te stellen (en dus de volgorde van de te behandelen onderwerpen te bepalen) mijns inziens niet. Anders gezegd: de bevoegdheid van het bestuur en de rvc om de agenda vast te stellen, komt definitief ten einde nadat de voorzitter de vergadering heeft geopend. Uit het hiernavolgende blijkt echter dat in de statuten anders kan worden bepaald. Het moment waarop de voorzitter de agenda vaststelt, markeert de overgang van de wettelijke bevoegdheid de volgorde van de agendapunten te bepalen. Voor dat moment zijn het bestuur en de rvc bevoegd. Erna de algemene vergadering.1
Op de algemene vergadering van Roto Smeets Group NV in 2015 werd onder het agendapunt opening de volgorde van de te behandelen onderwerpen nog door het bestuur en/of de rvc gewijzigd.2 Mijns inziens kan dit. Eerst na de opening verliezen het bestuur en de rvc deze bevoegdheid.3
De bevoegdheid van de algemene vergadering om ter vergadering de volgorde van de te behandelen onderwerpen te wijzigen, volgt uit art. 2:107/217 lid 1 BW. In de statuten kan de bevoegdheid (ook) aan een ander dan de algemene vergadering, zoals het bestuur of de voorzitter van de algemene vergadering, worden toegekend.4 Ontbreekt een dergelijke statutaire bepaling, dan is na de opening slechts de algemene vergadering bevoegd.5
Een andere benadering kiest Bier. Volgens haar is de voorzitter op grond van de wet zelfstandig bevoegd te besluiten de volgorde van de te behandelen onderwerpen te wijzigen omdat de wet op zichzelf voor een wettig genomen besluit niet een bepaalde volgorde van behandeling voorschrijft. Zij ziet dan ook “in principe geen bezwaar tegen de mogelijkheid dat de voorzitter de agenda wat omgooit omdat dit in de vergadering beter uitkomt”. Ik zie dat bezwaar ook niet (steeds), maar meen, als gezegd, dat naar huidig recht de voorzitter de betreffende bevoegdheid slechts heeft als dat in de statuten is bepaald.6
De algemene vergadering wijzigt de volgorde van de te behandelen onderwerpen door een daartoe strekkende motie aan te nemen. De motie kwalificeert als een motie van orde en kan, net als de motie tot intrekking van een agendapunt, worden ingediend door het bestuur, de rvc, individuele bestuurders en commissarissen en elke vergadergerechtigde. Een dergelijke motie zal veelal bij acclamatie worden aangenomen.7
De volgorde van behandeling van sommige agendapunten staat vast. Zo moet het onderwerp ‘vaststelling van de jaarrekening’ voorafgaan aan het onderwerp ‘uitkering van de winst’. Wordt eerst besloten tot uitkering van de winst en dan pas de jaarrekening vastgesteld, dan is het uitkeringsbesluit nietig op grond van art. 2:14 lid 1 jo art. 2:105 lid 3/216 lid 1 BW. Tot slot merk ik op dat het wijzigen van de volgorde van de agendapunten mogelijk problematisch is als ter vergadering op elektronische wijze gestemd wordt (art. 2:117a/227a BW). Het laat zich indenken dat het voor een juiste verwerking van de elektronisch uitgebrachte stemmen van belang is dat de volgorde van de stempunten niet wordt gewijzigd. Alsdan moet worden aangenomen dat het ter vergadering wijzigen van de volgorde in strijd is met art. 2:8 BW.