Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.2.6:9.2.6 Regels en uitwerking bij het beëindigen / de verbreking
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.2.6
9.2.6 Regels en uitwerking bij het beëindigen / de verbreking
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS396359:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij ontvoeging van een lichaam uit de fiscale eenheid komt een einde aan de fictie van art. 15 lid 1 Wet VPB 1969 en treedt het ontvoegde lichaam fiscaal weer op de voorgrond. De ontvoeging/verbreking van de fiscale eenheid heeft diverse fiscale gevolgen die onder andere zijn opgenomen in art. 15ai en 15aj Wet VPB 1969. Bij het meegeven van verliezen aan de ontvoegde vennootschappen spelen art. 15af en 15ag Wet VPB 1969 een belangrijke rol (zie hoofdstuk 9.2.5.4). Bij vervreemding, bedrijfsfusie, juridische fusie of splitsing van een in een fiscale eenheid gevoegde dochtervennootschap bepaalt art. 14 Besluit FE 2003 dat de fiscale eenheid verbreekt vóór de vervreemding, dan wel bedrijfsfusie, juridische fusie of splitsing. Anders gezegd, vorenstaande gebeurtenissen vinden plaats nadat de fiscale eenheid is verbroken en het ontvoegde lichaam dus weer zelfstandig belastingplichtig is geworden. Door deze verbrekingsfictie kunnen eventuele fiscale claims op de aandelen in de dochtervennootschap respectievelijk de fiscale eenheid maatschappij die door de gebeurtenis tot uitdrukking komen, worden afgewikkeld. Onder voorwaarden kan een fusie of splitsing ook geschieden zonder dat dit tot verbreking van de fiscale eenheid leidt (zie art. 17 en 18 Besluit FE 2003).
9.2.6.1 Sanctiebepaling art. 15ai Wet VPB 1969