RvdW 2023/555:Als vreemdeling (Bulgaarse nationaliteit) in Nederland verblijven terwijl hij weet dat hij door Nederlandse overheid tot ongewenste vreemdeling is verklaard, art. 197 Sr. Vormt verdachte t.t.v. tenlastegelegd feit o.g.v. zijn persoonlijke gedragingen een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor fundamenteel belang van samenleving a.b.i. art. 27 Richtlijn 2004/38/EU? In ’s hofs beslissing ligt besloten dat hof zich (na te hebben vastgesteld dat verdachte o.g.v. enig wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling was verklaard) gehouden achtte te onderzoeken of ongewenstverklaring t.t.v. tlgd. gedraging in strijd was met rechtstreeks werkende bepalingen van Unierecht (vgl. NJ 2021/181). In aanmerking genomen dat hof bij bewezenverklaring ook heeft gelet op justitiële documentatie en daaruit blijkend gedrag van verdachte, met name op veroordeling voor rijden onder invloed van drugs gepleegd op 9 juni 2019 en veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht gepleegd op 9 februari 2020, heeft hof kunnen concluderen dat verdachte op pleegdatum van het in deze zaak bewezenverklaarde feit (13 augustus 2020) een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor fundamenteel belang van samenleving vormde in de zin van art. 27 Richtlijn. Volgt verwerping.