RvdW 2023/559:Herziening. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd, en medeplegen van poging tot oplichting (art. 326 Sr). Aanvraag is gebaseerd op n.a.v. klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM, waarin is vastgesteld dat art. 6 EVRM is geschonden in procedure die tot veroordeling heeft geleid. HR: Op gronden vermeld in CAG is aanvraag gegrond. CAG: EHRM heeft vastgesteld dat sprake is van schending van verdragsregel, aangezien aanvrager niet effectieve en behoorlijke mogelijkheid is geboden om drie getuigen te ondervragen die voor aanvrager belastende verklaring hebben afgelegd en deze getuigenverklaringen vervolgens wel voor het bewijs zijn gebruikt. Herziening is noodzakelijk met het oog op rechtsherstel a.b.i. art. 41 EVRM. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof.