Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/560
Herziening. Oplichting (art. 326 Sr) en huisvredebreuk (art. 138 Sr). Aanvraag is gebaseerd op n.a.v. klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM, waarin is vastgesteld dat art. 6 EVRM is geschonden in procedure die tot veroordeling heeft geleid. HR: Op gronden vermeld in CAG is aanvraag gegrond. CAG: EHRM heeft geoordeeld dat in voorliggende zaak sprake is van schending van art. 6 lid 1 en 6 lid 3 EVRM en herziening is noodzakelijk met het oog op rechtsherstel a.b.i. art. 41 EVRM. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof. Vervolg op RvdW 2019/667 (strafzaak).
HR 09-05-2023, ECLI:NL:HR:2023:685
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 mei 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/00278
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:685, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:386, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑04‑2023
Essentie
Herziening. Oplichting (art. 326 Sr) en huisvredebreuk (art. 138 Sr). Aanvraag is gebaseerd op n.a.v. klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM, waarin is vastgesteld dat art. 6 EVRM is geschonden in procedure die tot veroordeling heeft geleid. HR: Op gronden vermeld in CAG is aanvraag gegrond. CAG: EHRM heeft geoordeeld dat in voorliggende zaak sprake is van schending van art. 6 lid 1 en 6 lid 3 EVRM en herziening is noodzakelijk met het oog op rechtsherstel a.b.i. art. 41 EVRM. HR verklaart aanvraag gegrond en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.