RvdW 2023/560:Herziening. Oplichting (art. 326 Sr) en huisvredebreuk (art. 138 Sr). Aanvraag is gebaseerd op n.a.v. klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM, waarin is vastgesteld dat art. 6 EVRM is geschonden in procedure die tot veroordeling heeft geleid. HR: Op gronden vermeld in CAG is aanvraag gegrond. CAG: EHRM heeft geoordeeld dat in voorliggende zaak sprake is van schending van art. 6 lid 1 en 6 lid 3 EVRM en herziening is noodzakelijk met het oog op rechtsherstel a.b.i. art. 41 EVRM. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof. Vervolg op RvdW 2019/667 (strafzaak).