Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/13.3:13.3 De vereiste bewijsgradatie ten aanzien van centrale stellingen
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/13.3
13.3 De vereiste bewijsgradatie ten aanzien van centrale stellingen
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940676:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf zal ik onderbouwen waarom het bewijs van de elementen van het beboetbare feit naar de gradatie ‘beyond reasonable doubt’ moet worden geleverd. Het belangrijkste argument daarvoor is de uitleg die het EHRM heeft gegeven aan de onschuldpresumptie. In paragraaf 13.3.1 ga ik daar nader op in en behandel ik de jurisprudentie van het EHRM die is gewezen over de bewijsgradatie in criminal charge-zaken. In paragraaf 13.3.2 pas ik de rechtsregels die ik uit die EHRM-jurisprudentie afleid, toe op de Nederlandse fiscale bestuurlijke boetes. Daarbij geef ik aan voor welke te bewijzen elementen en stellingen de gradatie ‘beyond reasonable doubt’ precies geldt. Daarbij maak ik een onderscheid tussen vergrijpboetes en verzuimboetes. Vervolgens geef ik in paragraaf 13.3.3 de opvatting van de Hoge Raad weer over de vereiste bewijsgradatie ten aanzien van de centrale stellingen. In paragraaf 13.3.4 werk ik uit wat de betekenis is van de gradatie ‘beyond reasonable doubt’ (hoe overtuigend moet het bewijs zijn om aan die gradatie te voldoen?). Ten slotte zal ik in paragraaf 13.3.5 analyseren welke gevolgen het vereisen van een afzonderlijke, verzwaarde bewijsgradatie voor wat betreft de centrale stellingen heeft voor de bewijspositie van de inspecteur en de boeteling.
13.3.1 De vereiste bewijsgradatie volgens art. 6 EVRM: ‘beyond reasonable doubt’ als hoofdregel13.3.2 Toepassing van de jurisprudentie van het EHRM op de fiscale bestuurlijke boetes13.3.3 Opvatting van de Hoge Raad over de vereiste bewijsgradatie: ‘buiten redelijke twijfel’13.3.4 Betekenis van ‘buiten redelijke twijfel’/‘beyond reasonable doubt’: ‘doen blijken’13.3.5 Gevolgen van de afzonderlijke, verzwaarde bewijsgradatie