Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/13.3.2
13.3.2 Toepassing van de jurisprudentie van het EHRM op de fiscale bestuurlijke boetes
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940576:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 9.3.1.
Aldus ook: Koopman 1996, p. 192-193.
Zie paragraaf 9.3.3.3.1 en paragraaf 13.3.5.1.2 hierna.
Zie paragraaf 13.3.1 hiervoor.
Zie paragraaf 9.3.1 en paragraaf 9.4.
Ook in het strafrecht geldt de zware gradatie alleen voor het bewijs van de tenlastegelegde feiten en geldt daarbuiten (bijvoorbeeld voor strafmaatverweren en voor strafverzwarende omstandigheden) de lichtere gradatie van aannemelijk maken. Zie voor een voorbeeld HR 11 juli 2023 (strafkamer), V-N 2023/34.24, r.o. 2.3.2.
Zie paragraaf 9.4.1.2.
Zie paragraaf 9.3.2.2.5 en paragraaf 13.4.1 hierna.
Zie daaromtrent nader paragraaf 9.3.3.2.1.
Ook de Redactie Vakstudie-Nieuws verwijst in dit kader naar de tekst van art. 67a AWR (zie de Aantekening bij Hof ’s-Hertogenbosch 2 maart 2022, V-N 2022/26.15).
Wel moet worden opgemerkt dat die verwijzing alleen is opgenomen voor de variant van het te laat doen van aangifte en niet voor het in het geheel niet doen van aangifte. Uit de jurisprudentie kan echter worden afgeleid dat de verwijzing ook voor die variant wordt ingelezen, zie paragraaf 9.3.3.2.1.
Zie daarover nader paragraaf 9.3.3.2.1.
Zie hierover nader paragraaf 13.3.5.1.4 hierna.
De onschuldpresumptie strekt zich uit tot de elementen van het beboetbare feit (de vraag of de delictsomschrijving wordt vervuld).1 De bewijsgradatie van ‘beyond reasonable doubt’ geldt daarom voor alle centrale stellingen: de vereiste schuldgradatie, het kale beboetbare feit en de vereiste kwaliteit. Zou de inspecteur er bijvoorbeeld niet in slagen om het begaan van het kale beboetbare feit ‘beyond reasonable doubt’ te bewijzen, dan kan er als regel geen boete worden opgelegd. Vertaald naar de Nederlandse vergrijpboetes komt de vraag naar het bewijs van de schuldgradatie dan niet meer aan de orde.2
Verder is bij vergrijpboetes de grondslagkoppeling van belang. In mijn opvatting brengt de grondslagkoppeling mee dat de omvang van de heffing onderdeel is geworden van de centrale stellingen, zodat voor het bewijs van die omvang (in de hoedanigheid van boetegrondslag) eveneens de zware gradatie geldt.3
Voor wat betreft de Nederlandse verzuimboetes moet mogelijk een nuance worden aangebracht op het uitgangspunt dat ‘beyond reasonable doubt’ de vereiste bewijsgradatie is. Gelet op wat het EHRM in het arrest Lucky Dev over schuldneutrale delicten heeft overwogen,4 kan (afhankelijk van de mate waarin de verdedigingsrechten effectief zijn gewaarborgd) bij dergelijke, schuldneutrale fiscale boetes namelijk een lichtere bewijsgradatie aanvaardbaar zijn. Het arrest Lucky Dev zou voor de Nederlandse verzuimboetes dus kunnen betekenen dat de lichte gradatie van aannemelijk maken voldoende is, aangezien de boeteling zich kan verweren tegen het verwijt van het begaan van het kale beboetbare feit en bovendien AVAS kan stellen (als exoneratiegrond). Het is dan wel nodig dat de rechter zich niet te passief opstelt als de boeteling tegen de verzuimboete opkomt. Voor de Nederlandse vergrijpboetes heeft het arrest Lucky Dev naar mijn mening geen betekenis, zodat daarvoor steeds de bewijsgradatie ‘beyond reasonable doubt’ is vereist.
De zware gradatie van ‘beyond reasonable doubt’ is in beginsel niet vereist voor het bewijs van de perifere stellingen en de strafmaat. Daarvoor geldt de onschuldpresumptie als zodanig immers niet.5 In paragraaf 13.4 werk ik uit dat als uitgangspunt dan de lichte gradatie van aannemelijk maken heeft te gelden.6 Hierbij teken ik alvast aan dat de perifere stellingen die in wezen het schuldverband betreffen (zoals AVAS), naar mijn mening niet als zuiver perifere stellingen moeten worden opgevat. Het zijn stellingen van tegenbewijs, die zijn gericht tegen de centrale stelling die de verwijtbaarheid betreft.7 Dit kan met name bij verzuimboetes van belang zijn, aangezien in mijn optiek ‘ten minste enige mate van verwijtbaarheid’ als een impliciet element moet worden ingelezen in de delictsomschrijving.8
De boetes wegens het te laat (verzuimboete ex art. 67a AWR) of in het geheel niet (verzuimboete ex art. 67a AWR en vergrijpboete ex art. 67d AWR) doen van aangifte bij aanslagbelastingen, kunnen pas worden opgelegd nadat is vastgesteld dat de boeteling is uitgenodigd en is aangemaand (en dat de daarin gestelde termijn is overschreden).9 Die vereisten staan niet met zoveel woorden in de delictsomschrijving en behoren in strikte zin dan ook niet tot de centrale stellingen. Dat zou kunnen betekenen dat voor het bewijs van de uitnodiging en de aanmaning steeds de lichte gradatie van aannemelijk maken geldt, ondanks dat voor wat betreft de centrale stellingen de gradatie ‘beyond reasonable doubt’ is vereist.10 Toch meen ik dat hierop een belangrijke nuancering moet worden aangebracht. In de eerste plaats bevat de delictsomschrijving van de verzuimboete van art. 67a AWR een uitdrukkelijke verwijzing naar art. 9 lid 3 AWR, waarin is bepaald dat de inspecteur pas na het verstrijken van de aangiftetermijn die is opgenomen in de uitnodiging, een aanmaning kan versturen (met daarin een nieuwe termijn).11 Daardoor wordt in de delictsomschrijving zelf het verband gelegd met de uitnodiging en de aanmaning.12 In de tweede plaats moet in de sfeer van de boete eventuele twijfel in het voordeel van de boeteling werken. Aangezien de uitnodiging en de aanmaning constitutieve vereisten zijn voor het kunnen opleggen van de hier bedoelde boetes, moet redelijke twijfel daarover ook leiden tot verval van de boete.13 De (ontvangst van een) uitnodiging en de (ontvangst van een) aanmaning moeten naar mijn mening dus als centrale stellingen worden aangemerkt, waardoor het bewijs terzake in ieder geval voor wat betreft de vergrijpvariant ‘beyond reasonable doubt’ moet worden geleverd.14 Of op grond van de jurisprudentie van het EHRM hetzelfde geldt voor de verzuimvariant, hangt af van het antwoord op de vraag of het arrest Lucky Dev meebrengt dat het bewijs mag worden geleverd naar de lichte gradatie.