Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.4.5.3:2.4.5.3 Buitengerechtelijke afdoening
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.4.5.3
2.4.5.3 Buitengerechtelijke afdoening
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859133:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1175.
De wet kent ook nog arbitrage als wijze van alternatieve geschilbeslechting. Deze mogelijkheid laat ik buiten beschouwing, omdat het niet aannemelijk is dat een geschil over een mogelijke lasterlijke beschuldiging door een arbiter wordt beslecht. Arbitrage geniet met name populariteit bij (internationale) bedrijven en bijvoorbeeld in bouwsector.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wordt naar de letter van de wet gekeken, dan ontstaat wellicht het vermoeden dat enkel een rechterlijke uitspraak voldoende is. De woorden van de minister in de zevende nota van wijziging – waarin hij spreekt over het in rechte vaststellen – kunnen dit vermoeden versterken.1 Aan deze bewoordingen moet voor het strafrecht echter geen beslissende betekenis worden gehecht. Wordt de strafrechtelijke weg bewandeld bij het vaststellen van de lasterlijke beschuldiging, dan geldt op de zelfde gronden als in paragraaf 2.2.3.2 genoemd dat een strafbeschikking volstaat. Een transactie leidt om gelijkluidende redenen niet tot onwaardigheid.
Voor het civiele recht geldt naar mijn mening wel de beperkte opvatting van een rechterlijke uitspraak. Ten tijde van de invoering van artikel 4:3 BW waren de alternatieven voor een civielrechtelijke procedure, zoals mediation of bindend advies, bekende figuren.2 Dat betekent dat in dit verband aan de woorden van de wet en de mister een ander gewicht moet worden gekend. De woorden in rechte en rechterlijke uitspraak wegen hier zwaar. Voor de conclusie dat deze wijzen van geschilbeslechting niet tot onwaardigheid leiden, spreekt bovendien dat zij niet overeenkomen met een rechterlijke uitspraak. Bindend advies kan bij een rechterlijke uitspraak in de buurt komen, maar de kwaliteit en de wijze waarop het advies tot stand komt, kan erg verschillen. De verklaring hiervoor ligt gelegen in het feit dat bindend advies door weinig wettelijke regels wordt genormeerd. Verder geldt dat het geschil over de lasterlijke beschuldiging via een alternatieve wijze kan worden beslecht, maar dat hoeft niet mee te brengen dat daarbij ook wordt vastgesteld dat een lasterlijke beschuldiging is ingebracht. Gelet hierop is in deze gevallen van onwaardigheid geen sprake.