Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/4.3.3.1
4.3.3.1 Complexiteit van begroting is geen reden voor vergoeding in natura
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657524:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Rey 2019a, p. 72; De Rey 2019b, p. 202. Onder verwijzing naar ATF 21 mei 1981 107 II 134, r.o. 4: “sie [de schadevergoeding in natura, WThN] hat namentlich den Vorteil, dass die die häufig komplizierte Berechnung des Schadens in Geld überflüssig macht.’
Hof ’s-Hertogenbosch 8 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3663, PJ 2019/132, m.nt. Beltman (Nabestaandenpensioen). Een wijziging die een verslechtering voor de werknemer inhoudt, is alleen toelaatbaar als een nadere overeenkomst is getroffen waarin de werknemer welbewust heeft ingestemd met de wijziging nadat hem voldoende duidelijkheid over de inhoud is verschaft, zie HR 12 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3570, NJ 2010/686 (CZ).
Op grond van de maatstaf in HR 3 mei 1946, ECLI:NL:HR:1946:4, NJ 1946/323 (Staat/Degens); HR 24 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9069, NJ 2008/587, m.nt. Du Perron (Vleesmeesters/Alog); HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017, NJ 2017/364, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (DMB/Compaen).
Hof ’s-Hertogenbosch 8 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3663, PJ 2019/132, m.nt. Beltman (Nabestaandenpensioen), r.o. 3.37.
Dat Aegon die mogelijkheid biedt, is vanzelfsprekend cruciaal; de jegens de weduwe onrechtmatig te noemen wanprestatie van de werkgever is geen reden de verzekeraar tot onderhandeling te dwingen.
Dat geldt ook voor het door De Rey aangehaalde geval waarin een werkgever de tewerkstellingsverbintenis van de werkgever miskent en waarin het Arbeidshof te Brussel de werkgever veroordeelt schadevergoeding te betalen én sociale voorzieningen aan de betreffende instanties te betalen. Zie De Rey 2019a, p. 73 onder verwijzing naar Arbh. Brussel (5e k.) 18 mei 2015, TBR 2016/256, m.nt. De Rey.
Recentelijk heeft De Rey er onder verwijzing naar het Zwitserse recht op gewezen dat een schadevergoeding in natura van bijzonder praktisch nut kan zijn waar een berekening in geld te complex is terwijl een alternatief ‘in natura’ voldoende recht doet aan de situatie.1 Dat een dergelijke veroordeling in dat soort gevallen voor de eiser praktischkan zijn, staat buiten kijf. Gelet op het door het Nederlandse BW aan de schadevergoeding in geld gegeven primaat en de door artikel 6:97 BW gegeven vrijheid van het schatten van geleden nadeel, lijkt de enkele moeilijkheid van berekening echter onvoldoende reden om tot schadevergoeding in andere vorm dan geld over te gaan.
Een goed voorbeeld daarvan is een geval dat speelde bij het hof Den Bosch. In deze zaak draaide het om een weduwe die haar nabestaandepensioen was misgelopen doordat de werkgever van haar man de arbeidsovereenkomst zonder zijn instemming had gewijzigd.2 Na het overlijden van haar man vorderde zij van de werkgever van haar man dat zij alsnog in staat zou worden gesteld om aanspraak te maken op het pensioen. Het hof Den Bosch leest de vordering zo dat zij een schadevergoeding in natura vordert wegens het onzorgvuldig jegens een derde (de weduwe) wanprestatie plegen tegen de contractpartij (de overleden echtgenoot) door niet conform de oude pensioenregeling te handelen.3 Die vordering slaagt en het hof veroordeelt de gedaagde werkgever om verzekeraar Aegon een bedrag te betalen waarmee Aegon vervolgens aan de weduwe een nabestaandenpensioen kan uitkeren.4
In dit geval zou berekening van de schade inderdaad lastig zijn geweest: de uiteindelijke hoogte hangt maar net af van hoe lang zij zelf nog zal leven. Dat alleen is echter onvoldoende reden om schadevergoeding in andere vorm dan betaling van geld op te leggen. De werkgever zou bijvoorbeeld op grond van artikel 6:105 BW veroordeeld kunnen worden tot het doen van maandelijkse uitkeringen conform het pensioenreglement. De reden dat de schadevergoeding in natura hier gepast is, is dat de alternatieven net te weinig bieden. Een vergoeding van een bedrag ineens zou te laag kunnen uitvallen en een veroordeling tot betaling van maandelijkse vergoedingen zou de weduwe opzadelen met het risico dat de werkgever die betalingen op enig moment niet meer kan voldoen. Omdat het hier kennelijk mogelijk was de weduwe een aanspraak op verzekeraar Aegon te verschaffen door die verzekeraar een bedrag ineens te betalen,5 doet de veroordeling tot het in onderhandeling treden over en het betalen van dat bedrag meer recht aan de belangen van eiseres. Dat heeft niet zoveel te maken met het feit dat de schade moeilijk te berekenen valt, maar juist te maken met het feit dat het eiseres recht gaf op een mate van zekerheid van uitkering die men van een pensioenfonds mag verwachten. Dat lage risico is een immaterieel voordeel dat met deze veroordeling gewaarborgd kon worden.6