Recht, plicht, remedie
Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/4.2:4.2 Een discretionaire remedie
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/4.2
4.2 Een discretionaire remedie
Documentgegevens:
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657491:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
TM, Parl. Gesch. Boek 6, p. 568.
Typerend is de opmerking van Lord Upjohn over mandatory injunctions: Redland Bricks v Morris [1970] AC 652, p. 655: “The grant of a mandatory injunction is, of course, entirely discretionary and unlike a negative injunction can never be ‘as of course’.” In het algemeen geldt dat vorderingen met betrekking tot unieke zaken eerder voor toewijzing gereed liggen, zie Burrows 2019, p. 403 (voor specific performance) en 444 e.v. (voor de injunction).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De schadevergoeding in natura is een discretionaire bevoegdheid. Anders dan in Duitsland en Zwitserland heeft de Nederlandse wetgever gekozen de schadevergoeding in geld tot primaire en de schadevergoeding in natura tot secundaire remedie te maken.1 Daartegenover staat de Engelse benadering, waarin de injunction nooit ‘as of right’ beschikbaar is, maar altijd discretionair blijft.2 Hieronder verken ik deze benaderingen kort (§ 4.2.1) en betoog ik dat het Nederlandse systeem meer weg heeft van het Engelse en dat de manier waarop de remedie daar toch enigszins gestructureerd beschikbaar wordt gemaakt inspiratie kan bieden voor het vergroten van de rechtszekerheid in het Nederlandse systeem (§ 4.2.2).
4.2.1 Aanspraak en discretie4.2.2 De Nederlandse schadevergoeding in natura