Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/2.2.1
2.2.1 De Securities Act 1933 en de Securities Exchange Act 1934
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS577871:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Securities Act 1933 is thans gecodificeerd in de U.S.C., Title 15, Chapter 2A, Subchapter I, §77a-§77aa. De Securities Act 1933 trad in werking op 27 mei 1933. Over de Securities Act 1933 en de totstandkoming daarvan o.a.: Douglas/Bates (1933), Cohen (1966), Thel (1990), p. 395 e.v., Mahoney (1995), p. 1068 e.v., Mahoney (2000), Jackson (2001), p. 654 e.v., Coffee/Seligman (2003), p. 66 e.v., Meerburg (2004), p. 126-131 en Nederveen (2006), p. 7 e.v.
Section 5 Securities Act 1933 (15 U.S.C., §77e). Zie voor een gelijkluidende omschrijving van de kern van de Securities Act 1933: Coffee/Seligman (2003), p. 68. In de praktijk kent deze hoofdregel een aantal belangrijke uitzonderingen, reden waarom Coffee/Seligman (2003), p. 68, opmerken dat de Securities Act 1933 '[e]ssentially (...) prohibits the offer or sale of a security (except in certain exempt transactions).' Over deze uitzonderingen uitvoering Coffee/Seligman (2003), p. 392 e.v. Hierover ook Nederveen (2006), p. 65-102.
Hierover Mahoney (1995), p. 1077 e.v.
Deze zijn met name te vinden in Regulation S-X (17 C.F.R., Part 210) en Regulation S-K (17 C.F.R., Part 229). Hierin zijn de vormvoorschriften en inhoudelijke voorschriften opgenomen voor financiële (Regulation S-X) en niet-financiële (Regulation S-K) informatie die ingevolge de Securities Act 1933 of de Securities Exchange Act 1934 bij de SEC moet worden gedeponeerd op uiteenlopende 'Forms'. Zie over deze voorschriften en de ontwikkeling daarvan uitgebreid Coffee/Seligman (2003), p. 176 e.v.
Zie ook Nederveen (2006), p. 25-27, die er terecht op wijst dat naar Nederlands recht een onderscheid moet worden gemaakt tussen enerzijds het aanbieden van effecten in de zin van 'het plaatsen en nemen van effecten' en anderzijds 'het kopen/verkopen en leveren van effecten'.
In deze zin Cox (1997), p. 858 en Nederveen (2006) p. 9.
Op basis van de in dat jaar vastgestelde Prospectusrichtlijn, zoals terecht door Nederveen (2006), op p. 1-2, is geconstateerd.
Uitvoerig over de inhoud en de totstandkoming van de Securities Exchange Act 1934, thans gecodificeerd in de U.S.C., Title 15, Chapter 2B, §78a-§78nn: Cohen (1966), Prohs (2002), Rock (2002), Coffee/Seligman (2003), p. 68-80 en 623 e.v., Meerburg (2004), p. 131 e.v. en Bethel (2007), p. 335-339.
Section 4(a) Securities Exchange Act (15 U.S.C., §78d(a)).
Hierover Coffee/Seligman (2003), p. 176-177 en Van Ginneken (2003), p. 64-66. Beursvennootschappen waarop deze bepalingen van toepassing zijn worden ook wel als 'reporting companies' aangeduid; vgl. Van Ginneken (2003), p. 65. Hij voegt daaraan toe dat de bij de SEC gedeponeerde informatie openbaar is en via de website van de SEC voor het publiek toegankelijk is. Deze publicatieverplichtingen gelden zowel voor beursvennootschappen waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel van één van de Amerikaanse effectenbeurzen, als voor beursvennootschappen waarvan effecten zijn opgenomen in een handelssysteem zoals dat van NASDAQ. Hierover, waaronder de uiteenlopende aanknopingspunten voor regelgeving: Van Ginneken (2003), p. 65-66 en Nederveen (2006), p. 110-112. Een mogelijkheid voor vennootschappen om buiten het toepassingsbereik van deze bepalingen te komen (of te blijven) is het doen van een beroep op de uitzonderingsbepalingen van Rule 12g-1 of, meer specifiek, Rule 12g3-2 (17 C.F.R., Subpart 240.12g-1, respectievelijk 240.12g3-2). Eén van de voorwaarden voor toepassing van deze uitzonderingen is echter dat de effecten van de betreffende vennootschap niet (meer) zijn toegelaten tot één van de Amerikaanse effectenbeurzen of tot een handelssysteem. Om in die situatie geen sprake (meer) is van een beursvennootschap, zal ik aan deze uitzondering(en) geen verdere aandacht besteden.
Op grond van 17 C.F.R., Subpart 249.310.
In de Amerikaanse federale effectenrechtelijke wet- en regelgeving wordt overigens niet gesproken over 'Amerikaanse' en 'niet-Amerikaanse' beursvennootschappen. Wel worden in Rule 3b-4 (17 C.F.R., Subpart 240.3b-4) zogenaamde 'foreign private issuers' gedefinieerd. Dergelijke beursvennootschappen dienen op andere 'Forms' informatie bij de SEC te deponeren en onder omstandigheden gelden voor hen lichtere publicatieverplichtingen. Hierover o.a. Fanto (1996), p. 157 e.v. en Nederveen (2006), p. 110 e.v.
Vgl. Rule 13a-13, resp. 15d-13 (17 C.F.R., Subpart 240.13a-13, resp. Subpart 240.15d-13) jo. 17 C.F.R., Subpart 249.308a
Op grond van Rule 13a-11, resp. Rule 15d-11(17 C.F.R., Subpart 240.13a-11, resp. 240.15d-11). Voorbeelden van dergelijke gebeurtenissen zijn de ontvangst van een 'notice of delisting' of het niet voldoen aan doorlopende noteringsvereisten (Section 3 van 'Form' 8-K). Andere voorbeelden zijn de benoeming of het ontslag van de 'principal independent accountant' (Section 4 van 'Form' 8-K) en aangelegenheden die verband houden met de corporate govemance van de beursvennootschap, zoals 'changes in control' of het vertrek van een bestuurder (Section 5.01, respectievelijk 5.02 van 'Form' 8-K). Publicatie van dergelijke gebeurtenissen dient in beginsel te gebeuren binnen vier werkdagen nadat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden, vgl. onderdeel B, onder 1, van de 'General Instructions' bij 'Form' 8-K.
Zie Regulation Fair Disclosure (17 C.F.R., Part 243), waarin in Subpart 243.101, onder (e)(1), wordt verwezen naar 'Form 8-K' (17 C.F.R., Subpart 249.308). Zie over 'Regulation Fair Disclosure' in de Nederlandse literatuur o.a. Eisma (2001), p. 62-63, Jurgens/Tessemaker (2001), p. 72-74, G. Raaijmakers (2001), p. 56 e.v. en Hoff (2007), p. 167-173.
Op grond van Rule 14a-3 (17 C.F.R., Subpart 240.14a-3). Zie over de publicatieverplichtingen die voortvloeien uit de bepalingen omtrent 'proxy solicitation' Posch (1997), p. 265 e.v., Coffee/Seligman (2003), p. 177-178 en Van Ginneken (2003), p. 65.
Rule 13a-16 (17 C.F.R., Subpart 240.13a-16). Dergelijke informatie 'shall be transmitted promptly after the information (...) is made public', aldus Rule 13a-16, onder (b).
Rule 13a-13, onder (b)(2) (17 C.F.R., Subpart 240.13a-13(b)(2)), resp. Regulation Fair Disclosure (17 C.F.R., Subpart 243.101(b)).
Op grond van Rule 3a12-3(b) (17 C.F.R. 240.3a12-3(b)) zijn 'foreign private issuers' uitgezonderd van de Sections 14(a), 14(b), 14(c) en 14(f) van de Securities Exchange Act 1934. Zie hierover uitvoerig Fanto (1996), p. 149-157 en daarnaast Karmel (2000), p. 489.
Vgl. met name Sections 5, 6 en 11 van de Securities Exchange Act 1934 (15 U.S.C. § 78e, §78f en §78k) en de daarop gebaseerde regelgeving van de SEC.
Section 10(b) van de Securities Exchange Act 1934, alsmede de daarop gebaseerde Rule 10b-5 (17 C.F.R., Subpart 240.10b-5). Zie hierover o.m. Coffee/Seligman (2003), p. 1044 e.v., Meerbrug (2004), p. 132-135, Comeau (2006), Van Ginneken (2006a), p. 158-163 en B.J. de Jong (2007), p. 518-520.
Coffee/Seligman (2003), p. 68.
Vgl. Section 13(j) Securities Exchange Act 1934 (15 U.S.C., §78m(j)). Zie hierover ook Van Ginneken (2004), p. 155.
De voorschriften die de SEC hierover op basis van Section 401(b) van de Sarbanes Oxley Act of 2002 werd geacht op te stellen, zijn opgenomen in Regulation G (Disclosure of Non-GAAP Financial Measures; 17 C.F.R., Part 244). Vaststelling hiervan vond plaats op 22 januari 2003 door SEC Release No. 33-8176, 68 F.R. 4820. Zie hierover uitgebreid Van Ginneken (2004), p. 155.
Op basis van Section 406 van de Sarbanes Oxley Act of 2002. De voorschriften die de SEC op basis hiervan heeft uitgevaardigd — door vaststelling van SEC Release No. 33-8177 op 23 januari 2003, 68 F.R. 5110, en daarna aangepast door SEC Release No. 33-8177A op 26 maart 2003, 68 F.R. 15353 — hebben geleid tot uiteenlopende aanpassingen van, o.a., 'Form' 8-K 20-F en van Regulations S-B en S-K. Zie over deze voorschriften ook Van Ginneken (2004), p. 154-155.
Vgl. SEC Release No. 33-8238 van 5 juni 2003, 68 F.R. 36636, met de benaming 'Management's Report on Interral Control over Financial Reporting and Certification of Disclosure in Exchange Act Periodic Reports'. Aangaande deze verplichtingen heeft de SEC inmiddels overigens een aantal aanpassingen vastgesteld en nieuwe 'guidance' gegeven, met name om een meer risicogeoriënteerde benadering mogelijk te maken. Vgl. SEC Release 33-8809 en 33-8810, beiden van 20 juni 2007, 72 F.R. 35310 en 72 F.R. 35324.
Aldus de toelichting van de SEC in 68 F.R. 36636.
Een ander — eveneens veelbesproken — onderdeel van de Sarbanes Oxley Act of 2002 dat vergaande gevolgen heeft voor de interne verhoudingen binnen beursvennootschappen, is de nauw met Section 404 samenhangende certificatieverplichting voor bepaalde leidinggevenden op grond van Section 302(a) van de Sarbanes Oxley Act of 2002. Over deze verplichtingen, die gericht zijn tot 'the principal executive officer or officers, and the principal financial officer or officers, or persons performing similar functions', meer uitgebreid: Van Ginneken (2003), p. 66-70 en (2004), p. 150-154. Vgl. ook zijn opmerking, in Van Ginneken (2003) op p. 66, dat dit in de praktijk veelal de CEO ('chief executive officer') en de CFO ('chief financial officer') degenen zijn tot wie de certificeringsplicht zich richt.
Zie Van Ginneken (2004), p. 150. Zie ook zijn beschouwing over de gevolgen van deze voorschriften voor Nederlandse beursvennootschappen en het daarbinnen geldende beginsel van collegiaal bestuur in Van Ginneken (2003), op p. 69-70. Zie tevens Perino (2003), in het bijzonder p. 223 e.v. en met verdere verwijzingen.
De uit de Section 404 (en uit Sections 302 en 906) van de Sarbanes Oxley Act of 2002 voortvloeiende bepalingen over de te volgen interne procedures binnen beursvennootschappen, zijn in beginsel immers onverkort van toepassing op niet-Amerikaanse beursvennootschappen. Hierover ook Van Ginneken (2003), p. 65 e.v. en Perino (2003), p. 221-230.
Illustratief daarvoor is de opmerking van Perino (2003), op p. 244, dat 'Sarbanes-Oxley may ultimately have little impact on US cross-listings.' Zoals in hoofdstuk 12 van deze studie meer uitvoerig wordt besproken, wordt daarover inmiddels echter anders gedacht. Ook Ribstein wees er reeds in 2003 op dat de Sarbanes Oxley Act of 2002 vergaande gevolgen kon hebben voor de concurrentiepositie van de Amerikaanse effectenmarkten, vgl. Ribstein (2003).
Expliciet in deze zin: Cohen (1966), p. 1341-1342. Zie, met een verwijzing naar hem, daarnaast Nederveen (2006), p. 3.
Een uitzondering daarop vormt echter het betoog van Cox in Cox (1997).
Aldus Coffee/Seligman (2003), op p. 177. Over deze ontwikkeling ook: Cox (1997) en Fox (2008), p. 6-9
Regulation S-X (17 C.F.R., Part 210) en Regulation S-K (17 C.F.R., Part 229). Zie over deze voorschriften en de ontwikkeling daarvan uitgebreid Coffee/Seligman (2003), p. 176 e.v.
Securities Act Release No. 6383, van 16 maart 1982, is te vinden in 47 F.R. 11380. Hierover Langevoort (1992), p. 876 e.v., Coffee/Seligman (2003), p. 176 e.v. en Nederveen (2006), p. 59-60.
In deze zin de SEC bij uitvaardiging van Securities Act Release No. 6235 (September 2, 1980) en, daarna verwijzend, Coffee/Seligman (2003), p. 177.
'Shelf registration' is in 1983 mogelijk gemaakt door Rule 415 (Securities Act Release, No. 6499, 48 FR. 52889). Hierover: Banoff (1984), Langevoort (1992), p. 881 e.v., en Cox (1999), p. 1245 e.v.
Zie voor een uitvoerige beschrijving van deze systematiek Coffee/Seligman (2003), p. 182 en p. 271 e.v., Franx (2005a) en Nederveen (2006), p. 61-64.
Coffee/Seligman (2003), p. 185, spreken in dit verband over 'the trade off between the enhancement of the MDA and the advent of integrated disclosure.'
Zie hierover ook Van Ginneken (2003), p. 65-66, die opmerkt dat in sommige opzichten de MD&A enigszins vergelijkbaar is het door het bestuur van Nederlandse beursvennootschappen op te stellen jaarverslag op grond van artikel 2:391 BW. Zie daarnaast over de (ontwikkeling van de) 'MD&A': Coffee/Seligman (2003), p. 233-241, Paredes (2003), p. 425-426, Fox e.a. (2003), p. 41-44 en Ploeger/Van Wissen (2007), p. 136-137.
Het startpunt van deze ontwikkeling lag in 1968, door uitvaardiging door de SEC van de 'Guides for Preparation and Filling of Registration Statements', Securities Act Release No. 4936 van 9 december 1968, 33 F.R. 18617. Zie over deze ontwikkeling van 'guides' tot formele regelgeving: Kitch (1995), p. 799-816, Fox e.a. (2003), p. 41-44 en Paredes (2003), p. 425-426, met verdere verwijzingen.
Securities Act Release No. 6231 (September 2, 1980), 45 FR 63630. De verplichte opname van een 'MD&A' in het jaarverslag geldt voor alle op Amerikaanse effectenbeurzen toegelaten beursvennootschappen; zowel voor beursvennootschappen waarvan de statutaire zetel in de Verenigde Staten van Amerika is gelegen als voor niet-Amerikaanse beursvennootschappen. Bij Amerikaanse beursvennootschappen is de 'MD&A' verplichting gebaseerd op Part II, Item 7 van 'Form' 10-K. De informatie die in de 'MD&A' moet worden opgenomen is uitvoerig beschreven Item 303 van Regulation S-K (17 C.F.R., Part 229). Voor niet-Amerikaanse beursvennootschappen is de 'MD&A' verplichting — in dit geval overigens de 'operating and financial review and prospects genoemd — voorgeschreven in Part I, Item 5 van 'Form 20-F'.
Zie hierover Van Ginneken (2003), p. 65 en (2004), p. 155 en PloegerNan Wissen (2007), p. 137.
Of de ECMH de doorslaggevende reden is geweest voor de SEC om te besluiten tot invoering van het 'Integrated Disclosure System' is overigens onderwerp van discussie in de Amerikaanse literatuur. Vgl. in dit verband Coffee/Seligman (2003), p. 184, o.m. verwijzend naar Langevoort (1992), die daarover sceptisch is. Anders Paredes (2003), op p. 424, opmerkend dat 'developments based on the ECMH include integrated disclosure'.
De voedingsbodem voor de totstandkoming van de belangrijke Amerikaanse federale effectenrechtelijke wet- en regelgeving was gelegen in een aantal schandalen op de Amerikaanse financiële markten in de jaren '20 van de vorige eeuw, cumulerend in de beurscrisis van oktober 1929. In reactie daarop werd in 1933, na een parlementaire behandeling van minder dan twee jaar, de Securities Act 1933 vastgesteld.1 De kern van deze wet is het verbod om onder het toepassingsbereik van de Securities Act 1933 vallende soorten effecten aan te bieden of te verkopen, tenzij daaraan voorafgaand registratie van die effecten bij de SEC heeft plaatsgevonden en dit registratiedocument door de SEC "effective" is verklaard.2 Van het door beursvennootschappen bij de SEC te deponeren registratiedocument maakt het prospectus onderdeel uit. De voorschriften voor de inhoud daarvan zijn te vinden in Section 10 en Schedule A3 van de Securities Act 1933, alsmede in de door de SEC op grond van Section 10(c) van de Securities Act 1933 vastgestelde regelgeving.4 Daarnaast bepaalt Section 5(b)(2) van de Securities Act 1933 dat de "sale or (...) delivery after sale" van effecten5 verboden is, tenzij voorafgaand of tegelijkertijd een prospectus wordt verstrekt dat aan de eisen van de Securities Act 1933 en de daarop gebaseerde regelgeving voldoet.
De Securities Act 1933 bevat dus een combinatie van verplichte deponering bij de SEC van het registratiedocument, het verbod om effecten aan te bieden of te verkopen voorafgaand aan het van kracht worden van dit document en het gebod om bij plaatsing of levering van effecten een prospectus beschikbaar te stellen. Tezamen leidt dit ertoe dat de Securities Act 1933 voorziet in een publicatieverplichting voor (beurs)vennootschappen. In het de Amerikaanse wet- en regelgeving vormt deze verplichting, chronologisch gezien, de eerste publicatieverplichting voor (beurs)vennootschappen. De vormgeving van deze, van origine transactiegerichte6, publicatieverplichting, heeft model gestaan voor de wijze waarop sinds 2003 in de Europese regelgeving aanbiedingen van effecten zijn gereguleerd.7
Kort na de inwerkingtreding van de Securities Act 1933 werd de Securities Exchange Act 1934 vastgesteld. Waar de Securities Act 1933 met name is gericht op (eerste) aanbiedingen van effecten aan het publiek, is het toepassingsbereik van de Securities Exchange Act 1934 breder.8 Op basis van de Securities Exchange Act 1934 vindt regulering van de belangrijkste aspecten van beurshandel plaats en vond in 1934 oprichting van de SEC plaats.9 Uit de Securities Exchange Act 1934 vloeit een groot aantal doorlopende publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen voort. Deze zijn onder meer te vinden in Section 12(b) en Section 12(g)1, jo. Section 13(a) van de Securities Exchange Act 1934 en in Section 15(d) jo. Section 13(a) van die wet en de daarop gebaseerde regelgeving van de SEC.10 Op grond hiervan dienen beursvennootschappen jaarlijks, doorgaans op "Form" 10-K of op "Form" 20-F, hun jaarverslag bij de SEC te deponeren.11 Na afloop van ieder kwartaal dienen Amerikaanse12 beursvennootschappen daarnaast informatie te publiceren door deponering van deze informatie op "Form" 10-Q.13 Verder geldt voor Amerikaanse beursvennootschappen de verplichting dat wanneer zich bepaalde belangrijke, voorgeschreven gebeurtenissen hebben voorgedaan, publicatie daarvan moet plaatsvinden op "Form" 8-K.14 Ook de informatie die op grond van "Regulation Fair Disclosure" moet worden gepubliceerd, dient op deze "Form" te worden gedeponeerd.15 Voor Amerikaanse beursvennootschappen vloeit ten slotte uit de "proxy solicitation" bepalingen de verplichting voort om jaarlijkse financiële verslaggeving te deponeren die aan aandeelhouders moet worden verstrekt.16 Niet-Amerikaanse beursvennootschappen dienen op "Form" 6-K bij de SEC de informatie te deponeren die deze vennootschappen op grond van hun nationale wet- en regelgeving dienen te publiceren.17 Op dergelijke beursvennootschappen zijn de verplichting om kwartaalberichten te publiceren, op "Form" 10-Q, en de publicatieverplichtingen die voortvloeien uit "Regulation Fair Disclosure" niet van toepassing.18 Niet-Amerikaanse beursvennootschappen zijn evenmin onderworpen aan de "proxy solicitation" bepalingen.19
Naast de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen bevat de Securities Exchange Act 1934 voorschriften en grondslagen voor nadere voorschriften omtrent effectenbeurzen en effectenbemiddelaars.20 De Securities Exchange Act 1934 biedt ten slotte de basis voor het tegengaan van handel met voorwetenschap en voor (civielrechtelijke) aansprakelijkheid voor misleidende financiële informatie.21
De Securities Exchange Act 1934 is sinds haar totstandkoming veelvuldig gewijzigd. Dit heeft ertoe heeft geleid dat deze wet, zoals Coffee/Seligman het omschrijven, "has become the Christmas tree on which Congress almost annually hang an ornament in the form of new amendments."22 De meest recente — en veelomvattende — wijzigingen van de Securities Exchange Act 1934 bestaan zonder twijfel uit de aanpassingen door de Sarbanes Oxley Act of 2002. Wat de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen betreft, zijn met name de bepalingen in Title IV van de Sarbanes Oxley Act of 2002 relevant. Zo heeft deze Title, met als aanhef "Enhanced Financial Disclosures", er onder meer toe geleid dat thans in Section 13 van de Securities Exchange Act 1934 wordt bepaald dat in jaarrekeningen en kwartaalberichten "off-balance sheet transactions" openbaar dienen te worden gemaakt met inachtneming van de daaromtrent door de SEC gestelde regels.23 Andere aanscherpingen van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen die voortvloeien uit Title IV van de Sarbanes Oxley Act of 2002 zijn de voorschriften van de SEC over "Pro Forma Figures"24 en over door beursvennootschappen te publiceren informatie over de mate van naleving van een "code of ethics for senior fmancial officers".25
Een veelbesproken onderdeel uit Title IV van de Sarbanes Oxley Act of 2002 is ten slotte Section 404. Hierin is het vereiste opgenomen dat jaarlijkse financiële verslagen, die op grond van Section 13(a) of 15(d) van de Securities Exchange Act 1934 bij de SEC dienen te worden gedeponeerd, een "interaal control report" moeten bevatten. De informatie die in dit "report" dient te worden opgenomen, is in voorschriften van de SEC nader uitgewerkt.26 Het viertal elementen dat het "interaal control report" ten minste dient te bevatten zijn aldus de SEC in haar samenvattende toelichting op deze voorschriften — "a statement of management's responsibility for establishing and maintaining adequate interaal control over financial reporting for the company; management's assessment of the effectiveness of the company's interaal control over financial reporting; a statement identifying the framework used by management to evaluate the effectiveness of the company's interaal control over financial reporting; and a statement that the registered public accounting firm (...) has issued an attestation report on management's assessment of the company's interaal control over financial reporting.'27
Dat met de voorschriften over de interne procedures binnen beursvennootschappen door de Amerikaanse federale effectenwetgeving diepgaand wordt ingegrepen in de interne structuur28 van beursvennootschappen, is in de literatuur uitvoerig onder de aandacht gebracht.29 Dit geldt echter niet alleen voor Amerikaanse beursvennootschappen maar ook voor niet-Amerikaanse beursvennootschappen.30 De keerzijde hiervan is dat de rol die de Amerikaanse federale publicatieverplichtingen spelen voor de concurrentiepositie van de Amerikaanse effectenmarkten toegenomen is. De — negatieve — invloed van deze verplichtingen op die concurrentiepositie lijkt, zoals later in deze studie meer uitvoerig zal worden besproken, bovendien groter te zijn dan door menigeen kort na de totstandkoming van de Sarbanes Oxley Act of 2002 werd verwacht.31 2.2 De ontwikkeling van het systeem van "integrated disclosure"
De huidige spreiding van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen over twee afzonderlijke Amerikaanse federale wetten lijkt op het eerste gezicht niet logisch. In jaren '60 van de vorige eeuw werd in de Amerikaanse literatuur dan ook het standpunt ingenomen dat de vormgeving van deze verplichtingen er anders uit zou kunnen zien, en zou hebben gezien, wanneer slechts één federale wet op het terrein van het effectenrecht zou hebben bestaan.32 Dergelijke oproepen zijn sinds de jaren '70 van de vorige eeuw echter verstomd.33 Een belangrijke reden daarvoor is de harmonisering van de inhoud van de publicatieverplichtingen uit beide federale wetten. Deze startte aan het einde van de jaren '70 van de vorige eeuw met vaststelling van "Regulation S-K", hetgeen leidde tot "a single standard set of instructions for filling forms onder the Securities Act and the Securities Exchange Act."34In de daarop volgende jaren vond verdere harmonisering van de publicatieverplichtingen plaats tot een stelsel van "integrated disclosure", onder meer door aanpassingen van de inhoudsvereisten van jaarrekeningen (op "Form 10-K") en aanpassingen van de inhoud van het bij de SEC te deponeren registratiedocument en het prospectus ("Regulations S-X en S-K").35 Ook werd voor beursvennootschappen de mogelijkheid geïntroduceerd om door middel van "incorporation by reference" reeds bij de SEC gedeponeerde informatie op te nemen in het registratiedocument en prospectus.
Het in de hierboven genoemde "Regulations" tot uitdrukking komende "Integrated Disclosure System" werd in 1982 formeel aangenomen door uitvaardiging van (onder andere) Securities Act Release No. 6383.36 De aan dit systeem ten grondslag liggende gedachte was dat op deze wijze "investors and the marketplace are provided with meaningful, non-duplicative information periodically, and when securities are sold to the public, while the costs of compliance for public companies are decreased."37 Naast harmonisering van de inhoud van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen werd met de introductie van het systeem van "integrated disclosure" ook de mogelijkheid van "shelf registration" gecreëerd.38 Dit houdt in dat beursvennootschappen een registratiedocument en prospectus "effective" kunnen laten verklaren voor het op een onbepaald ogenblik in de toekomst plaatsen van effecten.39 Een andere belangrijke wijziging van de publicatieverplichtingen die in deze periode tot stand werd gebracht en die gerelateerd was aan de introductie van het systeem van "integrated disclosure", was de uitbreiding van de omvang van de door beursvennootschappen te publiceren "MD&A".40 De "MD&A" — de afkorting staat voor de "management's discussion and analysis of issuer financial condition and operating results" — bevat vanuit het perspectief van het bestuur van de beursvennootschap een verslag van het presteren van de beursvennootschap (en de door haar gedreven ondernemingen) en de verwachtingen daaromtrent.41 De oorsprong van deze verplichting gaat terug naar het einde van de jaren '60 van de vorige eeuw.42 Formeel is de verplichting om in het jaarverslag een "MD&A" op te nemen in 1980 tot stand gekomen.43 Nadien is deze verplichting door regelgeving van de SEC, op grond van de Sarbanes Oxley Act van 2002, aangescherpt.44 Het "Integrated Disclosure System" speelt tot de dag van vandaag een belangrijke rol voor de wijze waarop de Amerikaanse publicatieverplichtingen in de praktijk uitwerken. Relevant voor deze studie is dat aan de totstandkoming van dit systeem een (theoretisch) economische onderbouwing ten grondslag ligt over de werking van effectenmarkten en de prijsvorming die daarop plaatsvindt. Deze onderbouwing — de hierna als ECMH af te korten "Efficient Capital Market Hypothesis"45 — kwam in de jaren zeventig van de vorige eeuw tot ontwikkeling. De ECMH is tot op heden bepalend voor de vormgeving van de op het systeem van "integrated disclosure" gebaseerde publicatieverplichtingen en de elementen die van dit systeem deel uitmaken.