De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.2.6.3:5.2.6.3 De kring der verzekerden volgens de Wam: gevaarlijke stoffen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.2.6.3
5.2.6.3 De kring der verzekerden volgens de Wam: gevaarlijke stoffen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS400664:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1994/95, 24177, nr. 3, p. 7
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De kring der verzekerden op grond van art. 3a Wam wijkt enigszins af van die onder art. 2. Dat houdt verband met de kanalisatie van de aansprakelijkheid naar de exploitant van het motorrijtuig met een maximaal toelaatbaar gewicht van meer dan 3.500 kg dat gevaarlijke stoffen aan boord heeft.
Onder exploitant wordt - blijkens art. 8:1210 onder e) BW - verstaan degene die de zeggenschap heeft over het voertuig; is een kenteken opgegeven dan is de kentekenhouder of - bij gebreke daarvan - de eigenaar aan te merken als exploitant; bewijst deze kentekenhouder of eigenaar dat een met name genoemde ander de zeggenschap over het voertuig had, of dat een ander op het moment van de gebeurtenis zonder zijn toestemming en zonder dat hij zulks redelijkerwijs had kunnen voorkomen de zeggenschap over het gebruik van het voertuig had, dan geldt deze laatste als exploitant.
De kring der verzekeringsplichtigen is met deze exploitant uitgebreid. Dit werd noodzakelijk geoordeeld omdat onder omstandigheden de exploitant in de zin van art. 8:1210 BW een ander kan zijn dan de verzekeringsplichtige in de zin van art. 2 Wam. De MvT1 geeft het voorbeeld van de kentekenhouder die zijn vrachtwagen voor één dag uitleent aan een ander. Deze wordt daarmee geen duurzame houder in de zin van art. 2 lid 2 Wam, terwijl hij wel als exploitant in de zin van art. 8:1210 BW heeft te gelden. Het is, aldus de MvT, twijfelachtig of de inlener van het voertuig zich realiseert dat hij zich dient te verzekeren.
De verzekering van een motorrijtuig dat een maximaal toelaatbaar gewicht heeft van meer dan 3.500 kg en aan boord waarvan zich gevaarlijke stoffen bevinden, dient dus de aansprakelijkheid te dekken van meer personen dan de algemene Wam-polis: niet alleen de aansprakelijkheid van iedere bezitter, houder en bestuurder en de met het motorrijtuig vervoerde personen dient te worden verzekerd, maar ook die van degene die op andere gronden de zeggenschap over het voertuig heeft: de kentekenhouder dan wel de eigenaar, alsmede onder omstandigheden degene die anders dan als kentekenhouder of eigenaar de zeggenschap heeft. De vraag of iemand de zeggenschap over een motorrijtuig kan hebben zonder houder in de zin van de Wam te zijn lijkt in het algemeen wellicht van theoretisch belang, maar mag gezien de omvang van de risico's toch niet worden verwaarloosd.
Deze vraag kan wel rijzen in verband met de exceptie die de kentekenhouder of de eigenaar op grond van art. 8:1210 BW kan inroepen, als een ander zonder zijn toestemming en zonder dat hij dat redelijkerwijs kon beletten de zeggenschap over het voertuig had op het moment van de gebeurtenis. In dat geval komt de aansprakelijkheid van de exploitant te vervallen. De voorwaarden voor het wegvallen van de aansprakelijkheid van de exploitant op grond van art. 8:1210 onder e) BW zijn niet dezelfde als die voor het vervallen van de verzekeringsdekking op grond van een uitsluiting in de polis in geval van diefstal van het motorrijtuig. Denkbaar is dat een exploitant de diefstal van zijn voertuig redelijkerwijs niet kon beletten. Hoewel de aansprakelijkheid dan op de dief overgaat (hij is degene die de zeggenschap verkrijgt), zal de verzekering voor de door de dief met de gevaarlijke stof veroorzaakte schade geen dekking behoeven te verlenen. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat art. 3a derogeert aan art. 3 Wam; de gewone uitsluiting van schade in verband met diefstal en geweldpleging kan daarom door de verzekeraar worden ingeroepen en het Waarborgfonds zal moeten optreden.