De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/9.3.1:9.3.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/9.3.1
9.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368813:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Kamerstukken II, 2005/06, 3 419, nr. 3, p. 24.
Volgens Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/166 kan de term “stilzwijgend” beter vermeden worden; veel meer moet men zich afvragen of ook een niet-handelen als een verklaring van de wil kan gelden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar Nederlands recht moet er sprake zijn van een overeenkomst in de zin van art. 6:213 BW (§ 9.2). In de toelichting is opgemerkt dat aan het overeenkomst-element in de acting in concert-definitie geen zware eisen worden gesteld. Van belang is of de overeenkomst schriftelijk of mondeling is, noch of zij uitdrukkelijk of stilzwijgend is.1 Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan het continueren van eerder wel uitdrukkelijk, doch slechts voor bepaalde tijd, overeengekomen afspraken.2
Deze ruime interpretatie wordt ingegeven door de zorg misbruik te voorkomen. Aldus krijgen minderheidsaandeelhouders de bescherming waarop zij uit hoofde van de Overnamerichtlijn recht hebben. Anderzijds kan niet ieder contact tussen aandeelhouders als een overeenkomst worden gezien. Daarmee zou de bescherming van de minderheidsaandeelhouders haar doel voorbij schieten en zorgen voor een onnodige belemmering in de samenwerking tussen aandeelhouders. In het onderstaande probeer ik deze twee uitgangspunten met elkaar te verenigen (vgl. eerder § 1.2 en § 7.4.3.3 sub I).