Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/8.4.3:8.4.3 Het derde voorbeeld
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/8.4.3
8.4.3 Het derde voorbeeld
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS300180:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hierna wordt verder uitgegaan van een situatie met een dualistische structuur, dus met twee organen.
Hoofdstuk 2, paragraaf 2.4. Zie evenzo: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2013, nr. 20.
Artikel 2:132/134/242/244 BW.
Zie voor (ongeveer) deze problematiek eveneens: Slagter 2011, p. 125. Zie in dit verband tevens het voorbeeld dat reeds is aangehaald in hoofdstuk 4, paragraaf 4.4.3.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot slot het derde voorbeeld. De vennootschap kent in beginsel een dualistische, en soms pluralistische, structuur.1 Dit betekent dat de vennootschap twee (of drie) organen heeft met ieder haar eigen bevoegdheden. Aan de orde is gekomen dat de vennootschap wel wordt gekenmerkt door een dualistische structuur, maar dat deze structuur ook is doorbroken ten gunste van de aandeelhouders.2 Een belangrijk voorbeeld hiervan is dat de bestuurders in beginsel worden benoemd, geschorst en ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders.3 Dit betekent dat, ondanks de dualistische structuur, de algemene vergadering van aandeelhouders tot op zekere hoogte toezicht houdt op het bestuur, en dit is ook de reden waarom zij als de ‘uiteindelijke macht’ wordt betiteld.
Het antwoord op de vraag of de algemene vergadering van aandeelhouders het vennootschappelijke belang of het belang van de gezamenlijke aandeelhouders dient te behartigen heeft ook een belangrijk gevolg voor de toezichthoudende rol van de algemene vergadering van aandeelhouders op het bestuur. Vast staat dat het bestuur het vennootschappelijk belang dient te behartigen. Wanneer dan zou worden verdedigd dat de algemene vergadering van aandeelhouders het belang van de gezamenlijke aandeelhouders dient te behartigen, ontstaat een vreemde situatie.
Het bestuur heeft zich te richten op het belang van de vennootschap, maar wordt gecontroleerd door een orgaan dat zich richt op het gezamenlijk belang van haar leden; de aandeelhouders. Sterker nog, de algemene vergadering van aandeelhouders beslist (in beginsel) wie bestuurder wordt en of deze mag aanblijven. Binnen de wereld van de rechtspersoon is de algemene vergadering van aandeelhouders een bijna goddelijk lichaam dat beslist over het leven en de dood van de bestuurder. De vraag is of, wanneer de algemene vergadering van aandeelhouders inderdaad de ruimte krijgt om het belang van haar gezamenlijke leden te behartigen, de bestuurder nog wel de mogelijkheid krijgt om het vennootschappelijk belang te behartigen. De bestuurder zal immers geneigd zijn om diegene die gaat over zijn dood te fêteren, zodat hij in leven mag blijven. Dit betekent dat de bestuurder een perverse prikkel krijgt om zich te richten op het belang van de gezamenlijke aandeelhouders in plaats van op het belang van de vennootschap.4
Het spreekt voor zich dat dit een onwenselijke situatie met zich brengt. De bestuurder die niet vatbaar blijkt voor deze, onder omstandigheden perverse, prikkel en zich volledig toelegt op het vennootschappelijk belang zal immers worden ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders, tenzij hij de aandeelhouders weet te overtuigen van zijn gelijk. Daarbij staat de algemene vergadering van aandeelhouders bovendien in haar goed recht om deze bestuurder te ontslaan, omdat zij zich zou mogen richten op het belang van de gezamenlijke aandeelhouders.
Wanneer wordt verdedigd dat de algemene vergadering van aandeelhouders het belang van de vennootschap dient te behartigen, bestaat deze situatie niet. Dan lopen de belangen van het bestuur en de algemene vergadering van aandeelhouders, in ieder geval in theorie, parallel. Dit betekent niet dat er tussen deze organen geen verschil van inzicht kan bestaan en er nooit sprake kan zijn van een conflict. Er kan verschillend worden gedacht over de vraag wat het vennootschappelijk belang in een specifieke situatie behelst.