Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/8.4.2
8.4.2 Het tweede voorbeeld
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS304977:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2:117 lid 4/227 lid 7 BW.
Van Schilfgaarde 1998, nr. 67; Van Schilfgaarde/Winter & Wezeman 2013, nr. 67. Daarbij doen zij een beroep op het arrest Jansen Pers (HR 10 maart 1995, NJ 1995, 595 m.nt. Maeijer (Jansen Pers)).
Van der Krans 2009, p. 50. In de parlementaire geschiedenis wordt opgemerkt: ‘Bestuurders en commissarissen moeten de gelegenheid hebben om vanuit het belang van de vennootschap advies uit te brengen over de voorgenomen besluitvorming’ (Kamerstukken II 2006/07, 31058, nr. 3, p. 84 (MvT)).
Zie in dit verband: Kamerstukken I 2011/12, 31058 & 32426, E, p. 22. De Minister overweegt: ‘Het gaat immers om een besluit van een ander orgaan dan de algemene vergadering. Aan een dergelijk orgaan kunnen bij de statuten bevoegdheden worden toegekend. Het geven van advies door het bestuur in het belang van de vennootschap ligt bij nader inzien bij dergelijke statutaire bevoegdheden minder voor de hand dan bij de wettelijke (en statutaire) bevoegdheden van de algemene vergadering. Ik ben het dus met de leden van de VVD-fractike eens dat de raadgevende stem in vergaderingen van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding niet geldt. In dat opzicht komt er geen verandering in de situatie zoals die al geldt onder het huidige bv-recht.’ Hoewel op grond van de overwegingen van de Minister moet worden aangenomen dat er ten aanzien van deze vergadering inderdaad geen recht op een adviserende stem bestaat, heeft de overweging van de Minister weinig overtuigingskracht. Stokkermans is dan ook de mening toegedaan dat bestuurders en commissarissen als gevolg van analoge toepassing een raadgevende stem hebben (Stokkermans 2013). Het zou mijns inziens inderdaad meer voor de hand liggen om de raadgevende stem wel van toepassing te verklaren op de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding, zoals overigens in de (eerdere) memorie van antwoord ook was opgenomen (Kamerstukken I 2011/12, 31058 & 32426, C, p. 24). Zie evenzo: Boschma & Kuijers-Tollenaar 2013.
Evenzo: Boschma & Kuijers-Tollenaar 2013; Stokkermans 2013.
Het tweede voorbeeld betreft de raadgevende stem van het bestuur en de raad van commissarissen aan de algemene vergadering van aandeelhouders.1 Dit voorbeeld is reeds in hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.2., aan de orde geweest, waar erop werd gewezen dat het in de literatuur wordt aangehaald als een argument voor het uitgangspunt dat de individuele aandeelhouder in beginsel het vennootschappelijk belang dient te behartigen.2
Het bestuur en de raad van commissarissen dienen – zoals gezegd – het belang van de vennootschap te behartigen. De gedachte achter de raadgevende stem is dat de algemene vergadering van aandeelhouders de opvatting van het bestuur en de raad van commissarissen tot zich kan nemen. Ook bij het geven van de raadgevende stem richten het bestuur en de raad van commissarissen zich op het belang van de vennootschap.3 Verdedigd zou kunnen worden dat, zoals Van Schilfgaarde, Winter en Wezeman betogen voor de individuele aandeelhouder,4 de algemene vergadering van aandeelhouders het vennootschappelijk belang dient te behartigen en dat dit blijkt uit het feit dat het bestuur en de raad van commissarissen een raadgevende stem hebben, waarbij zij uitgaan van het vennootschappelijk belang.
Opvallend daarbij is dat bestuurders en commissarissen in de algemene vergadering van aandeelhouders wel een adviserende stem toekomt, maar zij geen stem hebben in de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding.5 Deze vergadering is evenals de algemene vergadering van aandeelhouders een orgaan van de vennootschap6 en om die reden kan worden verdedigd dat – zoals in paragraaf 8.3. toegelicht – zij het vennootschappelijk belang behoort te behartigen. Daarvoor kan echter geen argument worden ontleend aan het tweede voorbeeld, omdat de raadgevende stem ontbreekt.
Hoewel dit een interessant voorbeeld is, blijft de vraag of het overtuigt. Reeds in hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.2., is hier tegenin gebracht dat de raadgevende stem ook kan worden opgevat als een middel om de aandeelhouders erop te wijzen wat de gevolgen voor het vennootschappelijk belang zouden zijn als gevolg van een bepaald besluit, zodat de algemene vergadering van aandeelhouders daar in het kader van de redelijkheid en billijkheid kennis van kan nemen. Dat hoeft niet weg te nemen dat de algemene vergadering van aandeelhouders uiteindelijk (voornamelijk) haar eigen belang, het belang van de gezamenlijke aandeelhouders, behartigt.