Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.5.1.5
2.5.1.5 Zender (Belastingdienst) en ontvanger (doelgroep)
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661344:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. de conclusie A-G IJzerman bij BNB 2010/314, punt 4.29; Hof ’s-Hertogenbosch 7 augustus 2008, nr. 07/00100, V-N 2009/7.36, r.o. 4.5; BNB 1990/148, r.o. 4.
HR 29 januari 2021, nr. 20/01427, BNB 2021/76, r.o. 2.4.2, r.o. 2.4.2; HR 19 juni 2020, nr. 19/02177, BNB 2020/120, r.o. 2.3.1 (‘van de zijde van de overheid’); HR 14 juni 2000, nr. 35275, BNB 2000/330, r.o. 3.2 (‘door de bevoegde instantie verstrekte inlichtingen’).
HR 29 augustus 1984, nr. 22 362, BNB 1984/285 (inlichtingen van een ambtenaar bij huba).
Bijv. BNB 2021/76, r.o. 2.4.3.
HR 19 december 1990, nr. 25.957, BNB 1991/77, r.o. 4.3 (inlichtingen verstrekt door inspecteur); HR 19 maart 2010, nr. 08/04770, BNB 2010/224; HR 28 september 2018, nr. 17/01724, V-N 2018/51.18, r.o. 5.3.4.
Voorlichting wordt verstrekt door de Belastingdienst.1 Of algemener: door de ‘bevoegde instantie’.2 Voorlichtende uitingen kunnen dan afkomstig zijn van specifieke personen binnen de Belastingdienst, zoals een ambtenaar3, een medewerker van de BelastingTelefoon4 of een inspecteur.5
De (beoogde) ontvanger kan variëren van een breed publiek (bijv. in een radiospotje), een gericht publiek (bijv. bij informatie gekoppeld aan levensgebeurtenissen zoals samenwonen, echtscheiding, emigratie of overlijden) tot een individu (bijv. aan de BelastingTelefoon). Individuele voorlichting wordt in de jurisprudentie en literatuur wel aangeduid met inlichtingen, voorlichting aan een breder publiek met algemene voorlichting, maar juridisch worden zij hetzelfde behandeld(paragraaf 4.3). Burgers variëren in onder andere hun situatie, geletterdheid en vaardigheden, maar zij zullen gemeen hebben dat zij doorgaans niet de fiscale rechtstaal beheersen (paragraaf 2.2.2).