Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.5.1.3
2.5.1.3 Aard en karakter van voorlichting
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661397:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Geppaart 1984, p. 487, die wijst op de ‘globale aard’ van voorlichting, het gaat volgens hem om ‘algemene aanwijzingen over de wetstoepassing’; BNB 1991/77: ‘de vraag van belanghebbende aan de Inspecteur had niet slechts betrekking op een inlichting in algemene zin omtrent de geldende wettelijke bepalingen, doch hield in een verzoek om een toezegging met betrekking tot (…); Rechtbank Den Haag 16 september 2020, nr. SGR 20/2516, V-N 2021/2.2.2, r.o. 10; conclusie van Staatsraad A-G Wattel van 20 maart 2019, nr. 201802496/2/A1, p. 16.
Kenmerkend voor voorlichting is dat het gaat om algemene informatie (paragraaf 4.3.1).1 De informatie ziet veelal niet op de bijzondere omstandigheden van het geval, zoals bijvoorbeeld bij een toezegging op een specifiek feitencomplex (‘concreet’) (paragraaf 4.5). Dat neemt niet weg dat de aard van de informatie kan variëren van globaal (zoals in een publiekscampagne om aangifte te doen) tot meer specifiek (zoals bij een stroomschema of voorwaarden van een concrete regel); of anders geformuleerd: van ongericht tot gericht (paragraaf 2.6).