Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/2.8.2
2.8.2 Aanvullingsmogelijkheden van de verkorte WW door sociale partners
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258884:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Voetnoten
Voetnoten
Stichting van de Arbeid, Perspectief voor een sociaal én ondernemend land: uit de crisis, met goed werk, op weg naar 2020 2013, p. 19.
Stichting van de Arbeid, Perspectief voor een sociaal én ondernemend land: uit de crisis, met goed werk, op weg naar 2020 2013, p. 19.
Herderscheê, Volkskrant 3 september 2015.
Jurg, F&A 2017/4, Koot-van der Putte, TRA 2017/100. Koot-Van der Putte heeft in haar artikel een aantal kanttekeningen gezet bij de (binding van de) verzamel-cao.
Kamerstukken II 2013/14, 33818, nr. 3, p. 6. De regeling van de inkomensverrekening.
Sociale partners kunnen via cao-afspraken de duur van de WW uitbreiden. In het sociaal akkoord1 van 2013 gingen de sociale partners akkoord met de verkorting van de maximum WW-duur tot twee jaar. Maar die duurverkorting en de opbouwbeperking kunnen de sociale partners bovenwettelijk repareren via cao-afspraken. In het Sociaal Akkoord2 staat: “Bij een beperking van opbouw en duur van de WW in het wettelijke, publieke deel kunnen met private aanvullende verzekeringen op cao-niveau de huidige hoogte en duur van uitkeringen worden gehandhaafd. Sociale partners spreken af dit te gaan realiseren, uiterlijk per 1 januari 2020. Het kabinet wordt gevraagd cao-afspraken hierover in beginsel algemeen verbindend te verklaren.” De minister en staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevestigen dat “[de] afspraken in beginsel algemeen verbindend [worden] verklaard.” Het kabinet heeft daarmee, in lijn met het sociaal akkoord, de mogelijkheid om de WW-duur en -opbouw gelijk te laten blijven aan de huidige situatie ondersteund. De verantwoordelijkheid voor de financiering voor die oprekking van de WW-duur ligt bij de sociale partners en de privaat gefinancierde aanvullingen op de WW.
Er waren twee heikele punten bij de reparatie WW, namelijk het feit dat deze deels gefinancierd zal worden uit een door de werknemers te betalen WW-premie en de uitvoering van het derde jaar WW. Sinds de Wet uniformering loonbegrip uit 2013 betalen alleen werkgevers WW-premie. Deze vereenvoudiging van het loonstrookje betekende een enorme lastenverlichting voor werkgevers, maar werd weer teruggedraaid met de nieuwe WW-premie voor werknemers.3 Het kabinet heeft met de sociale partners afspraken gemaakt over de uitwerking en de financiële onderbouwing van de reparatie van het derde jaar WW-uitkering voor langdurig werklozen. Werknemers gaan per economische sector premie afdragen in een landelijk cao-fonds, de Stichting Private Aanvulling WW en WGA (PAWW). Middels een zogeheten verzamel-cao, een nieuwe boven-sectorale cao, wordt beoogd de uitvoering van de reparatie van het derde jaar mogelijk te maken.4
De mogelijkheid van reparatie van de WW-duur ligt niet voor de hand als naar de redenen voor verkorting door de Wwz wordt gekeken. Het idee was namelijk dat de WW een onvoldoende activerend karakter had, waardoor de perspectieven van werklozen verslechterden naarmate zij langer werkloos bleven. De kans op het vinden van nieuw werk neemt sterk af na de eerste werkloosheidsmaanden, met name onder ouderen. Beoogd werd daarom om de WW activerender te maken door de verkorting en de regeling dat werken vanuit de WW altijd loont, ook als een baan wordt gevonden die lager ligt dan de WW-uitkering.5 Het beleid van het kabinet om reparatie van de duur in cao’s te faciliteren leidt weer tot een tegengesteld effect. De reparatie brengt immers het risico met zich mee dat het activerend effect van een verkorting teniet wordt gedaan. De investering in het voorkomen van werkloosheid en activeren van werklozen ligt met de afspraken uit het sociaal akkoord bij de werkgevers. Wie gaat betalen, gaat ook meer over de uitvoering gaan bepalen. Zoals in de MvT bij de Wwz wordt aangegeven; het kabinet zorgt alleen voor heldere publieke randvoorwaarden.6 De inhoud is reeds in het sociaal akkoord bepaald. Het kabinet verwachtte dat de sociale partners genoeg zouden doen om een beroep op de aanvulling te beperken, omdat ze er een direct financieel belang bij hadden en in het sociaal akkoord afspraken waren gemaakt over de opbouw van (inter)sectorale van-werk-naar-werk voorzieningen.7
Zoals ik in paragraaf 2.8.1 heb toegelicht, zal de verkorting van de WW niet activerend werken voor de langdurig oudere werklozen, omdat hun langdurige werkloosheid vaak ook aan het gebrek aan vraag van werkgevers aan oudere werknemers ligt. Er vallen dus vraagtekens te zetten bij het activeringsargument van het kabinet bij de verkorting voor deze groep werknemers. Het is mijns inziens een motiveringsgebrek bij het invoeren van de verkorting dat activering als reden wordt gebruikt, maar via cao’s reparatie wordt gefaciliteerd door het kabinet. De enkele verwachting uitspreken dat sociale partners het beroep op de aanvulling zullen beperken overtuigt niet dat de activerende functie gewaarborgd is. Het kabinet bewerkstelligt met de verkorting en cao-reparatie vooral een verschuiving van de lasten naar de sociale partners. Dat kan een goede reden zijn voor een wetswijziging, maar dan zou daar ook transparanter over gecommuniceerd moeten worden bij de toelichting van de wetswijziging.