De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.6.3:3.6.3 Jurisprudentie inzake medezeggenschap als beschermingsconstructie
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.6.3
3.6.3 Jurisprudentie inzake medezeggenschap als beschermingsconstructie
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS386105:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hoge Raad 18 april 2003, NJ 2003, 286 m.nt. Maeijer, ARO 2003/80, JOR 2003/110 (Rodamco North America NV).
Asser/Maeijer, Van Solinge en Nieuwe Weme 2-II 2009* nr. 635. In haar beschikking inzake Stork stelt de Ondernemingskamer echter dat beschermingsprefs alleen mogelijk zijn om overleg te bewerkstelligen. In deze uitspraak overweegt de Ondernemingskamer tevens dat het opzeggen van het vertrouwen in de RVC geen vijandige overname is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om te kunnen beoordelen of medezeggenschap als beschermingsconstructie geoorloofd is, is allereerst relevant uiteen te zetten wanneer een beschermingsconstructie in het algemeen geoorloofd is. De aanvaardbaarheid van beschermingsconstructies kan getoetst worden in een enquêteprocedure. Een standaardbeschikking op dit gebied is Rodamco North America (RNA). In deze beschikking overweegt de Hoge Raad dat beschermingsmaatregelen onder omstandigheden gerechtvaardigd zijn als de maatregel noodzakelijk is onder meer met het oog op continuïteit van (het beleid van) de onderneming en de belangen van degenen die daarbij betrokken zijn. Permanente maatregelen zijn volgens de Hoge Raad in het algemeen niet gerechtvaardigd. Voor de beantwoording van de vraag of een tijdelijke maatregel geoorloofd is, heeft de Hoge Raad de maatstaf aangelegd dat de maatregel in de gegeven omstandigheden bij een redelijke afweging van de in het geding zijnde belangen (nog) valt binnen de marges van een adequate en proportionele reactie op het dreigende gevaar van een ongewenste overname.1 Voor een toegestane beschermingsconstructie is dus een gerechtvaardigde vrees noodzakelijk dat de overnemer de onderneming en de daarbij betrokkenen zal schaden. Daarnaast moet de beschermingsconstructie passen binnen de marges van een adequate en proportionele reactie op de poging tot overname. Maeijer, Van Solinge en Nieuwe Weme onderscheiden twee situaties waarin beschermingsmaatregelen geoorloofd zijn: (i) indien onvoldoende overleg is gevoerd omdat de overnemer daartoe te weinig mogelijkheden heeft geboden en (ii) indien aannemelijk is dat de overnemer de belangen van de onderneming en daarbij betrokkenen ernstig zal schaden.2
In twee gevallen heeft de Ondernemingskamer zich uitgesproken over een werknemersparticipatieplan dat werd ingezet als beschermingsconstructie. Het betrof de zaken Gucci en VIBA, die ik hieronder zal bespreken.
3.6.3.1 Gucci3.6.3.2 VIBA3.6.3.3 Financiële participatie als gerechtvaardigde beschermingsconstructie