Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.27
4.27 CHE: Kerndoelen basisvorming; bevordering niet-neutrale waarden 1990
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977207:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Commissie Herziening Eindtermen (CHE), Advies Kerndoelen voor de basisvorming, in basisonderwijs en voortgezet onderwijs, Enschede: SLO 1990.
Wijziging per 1 december 2012, Stb. 2012, nr. 470 van de AMvBs over kerndoelen in (38) po, (53) (v)so en (43) vo: leren respectvol om te gaan met seksualiteit en diversiteit in samenleving, w.o. seksuele diversiteit.
Onderwijsraad, Advies inzake Ontwerpbesluiten kerndoelen basisonderwijs en -vorming, Den Haag 1991; vgl. Uitleg 29 mei 1991 en 17 juni 1992.
Onderwijsraad 1997.
Van der Ploeg e.a. 1999, p. 116-117.
Ibid., p. 116.
Ibid., p. 116.
Ibid., p. 120-123.
Ibid., p. 125.
Kerndoelen basisvorming en basisonderwijs
In 1990 brengt de CHE Kerndoelen voor de basisvorming, in basisonderwijs en voortgezet onderwijs uit.1 Tot de ontwerp-kerndoelen behoren het ‘levensbeschouwelijk neutraal lesgeven’ en de opdracht om de vorming te bevorderen in niet-neutrale waarden als roldoorbreking en interculturaliteit.2 Voor de Onderwijsraad (1991) gaat dit advies te ver door de affectieve en methodische aspecten van de ontwerp-kerndoelen. Hij hanteert de vrijheid van (in)richting (artikel 23 Gw) als begrenzing van de te codificeren kerndoelen.3 Als deze in 1996 het licht zien, herhaalt hij de bezwaren tegen het vastleggen van affectieve aspecten en doelen als in strijd met de onderwijsvrijheid.4 De scherpe kantjes zijn afgevijld door minder normatieve formuleringen.
Van der Ploeg: strijd met vrijheid van onderwijs (artikel 23 Gw)
Van een geheel andere opvatting getuigen de voorstellen over de begrenzing van de onderwijsvrijheid van Van der Ploeg e.a.5 Zij achten het onderwijs goed als het kind alles leert wat nodig is om ‘een eigen leven te kunnen leiden in de gegeven historisch-culturele context met haar regels, tradities en instituties […], ook om deel te nemen aan de politieke en staatsburgerlijke activiteiten ter voorbereiding op een beroeps- of andere vervolgopleiding’.6 Van der Ploeg e.a. zien ‘de volledige privatisering van het onderwijs noch de onbegrensde vrijheid van onderwijs als een optie in onze democratie die staat voor eendracht in verscheidenheid’.7 Om de curricula te bepalen is een cultuurpedagogisch discours nodig over maatschappelijke, vakinhoudelijke en leerpsychologische argumenten.8 De overheid moet dit discours mede door kenners van de staatsinrichting faciliteren.9 Het bleef hierbij.