Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/2.3.2
2.3.2 Doel akkoord
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS444855:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.m. Leuftink, p. 255. Anders: Vreeswijk, diss. (1973), p. 18.
Kortmann/Faber, Geschiedenis van de Faillissementswet, heruitgave Van der Feltz II, p. 146.
De sanering door middel van een akkoord vindt plaats via de passivazijde door het reduceren van de schulden.
Alleen in geval van een liquidatie-akkoord (art. 50 jo. 162 Fw) blijft de boedel niet intact, maar vindt er een verdeling plaats onder de concurrente schuldeisers. Een akkoord kan echter in zo veel varianten voorkomen, dat ook bij een zogenaamd liquidatie-akkoord met inachtneming van art. 153 lid 2 sub 1 Fw constructies kunnen worden bedacht, waarbij een gedeelte van de boedel behouden blijft. Zie over de inhoud van een akkoord hoofdstuk 4.
Art. 195 Fw is niet van toepassing.
Zie onder meer HR 31 januari 1992, NJ 1992, 686 (Van der Hoeven/Comtu) en paragraaf 6.8.
In de literatuur wordt dikwijls aangegeven dat het achterwege blijven van de gerechtelijke vereffening het doel van het akkoord is.1 Ook de memorie van toelichting gaat hiervan uit:
"Vraagt men verder naar den inhoud dier overeenkomst, dan blijkt dat haar doel is, eene buitengerechtelijke voldoening der schuldeischers met bevrijding des schuldenaars te stellen in plaats van de gerechtelijke liquidatie met blijvende aansprakelijkheid des schuldenaars voor het tekortkomende."2
Een akkoord is gericht op vermogensrechtelijke overleving.3 Door middel van een akkoord kan de boedel (of een gedeelte daarvan) van de schuldenaar intact blijven. Indien de schuldenaar een rechtspersoon is, kan na beëindiging van het faillissement de gesaneerde rechtspersoon worden voortgezet.4 Door een akkoord blijft de rechtspersoon derhalve behouden en wordt de onderneming na de sanering in dezelfde juridische entiteit voortgezet. Nadat een faillissement door een akkoord is geëindigd, kan de schuldenaar niet meer worden aangesproken voor de niet of niet geheel voldane vorderingen.5 Algemeen wordt aangenomen dat de restantvorderingen slechts als natuurlijke verbintenissen blijven voortbestaan.6