Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/7.2.2.5
7.2.2.5 Inschrijving net
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS613688:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Enkel de netwerktekening zal niet als bewijsstuk voor de bevoegde aanleg kunnen gelden, aldus Louwman en Van Dam 2008.
Bijvoorbeeld een akte uit de openbare registers als het net op basis van een opstalrecht of BP-recht is aangelegd of bijvoorbeeld een instemmingsbesluit (artikel 5.4 Tw) als een telecomnet in openbare grond wordt aangelegd.
Van Loon en Israëls 2008, p. 164.
In de notariële registerverklaring kan de aanlegger verklaren dat hij eigenaar is van het nieuw aangelegde net omdat hij dit bevoegd heeft aangelegd, dan wel dat hij feitelijk aanlegger is en door middel van horizontale natrekking de eigendom claimt van het nieuw aangelegde gedeelte.
Door middel van de notariële registerverklaring, met als bijlage de netwerktekening, kan de aanleg van het netwerk worden ingeschreven (artikel 36, vierde lid jo. 26, eerste lid Kw). In de registerverklaring wordt de toegekende netwerkaanduiding en tevens het depotnummer van de nettekening genoemd. Daarnaast zal (de ligging van) het net ook nog nader omschreven moeten worden. Door middel van bepaalde kenmerken van het net (kleur, identificatienummers/codes, soort materiaal, diepte etc.) kan het net worden omschreven. Bij twijfel over de locatie van het net, kan ook volstaan worden met de omschrijving dat het net zich bevindt binnen (bijvoorbeeld) 1 meter van weerszijde van de (op de nettekening) weergegeven hartlijn. In de registerverklaring wordt tevens opgenomen hoe het net is verkregen, dan wel of bevoegd is aangelegd. Met betrekking tot dit laatste punt is in artikel 3:17 sub k BW niet opgenomen dat inschrijving van de aanleg van een net door een bevoegde aanlegger moet worden gedaan (nb: het bevoegdheidsvereiste volgt alleen uit artikel 5:20, tweede lid BW).
Indien de bewaarder bij inschrijving van een (overdracht of aanleg van het) net twijfelt aan de bevoegdheid van de aanlegger, zal hij de inschrijving niet kunnen weigeren. De bevoegdheidsvraag is immers geen inschrijvingsvereiste. Ingevolge artikel 3:19, vierde lid BW heeft de bewaarder wel de mogelijkheid om partijen te waarschuwen over zijn twijfels, maar deze waarschuwing vindt plaats ná inschrijving en zowel de aanlegger als de notaris hoeven dus geen 'gehoor' te geven aan de waarschuwing van de bewaarder. Conform artikel 37 Kadasterwet zal de notaris in de registerverklaring opnemen dat aan hem genoegzaam is aangetoond door overgelegde bewijsstukken dat de aanleg van het net bevoegd is gedaan. De bewijsstukken1 kunnen van velerlei aard zijn.2 Wanneer niet voor het gehele net bewijsstukken van de bevoegde aanleg kunnen worden overgelegd, dan zou door middel van horizontale natrekking de eigendom van de aanlegger over die delen van het net kunnen blijken. In dit geval is het noodzakelijk dat voor de delen van het net waarvan geen bewijsstukken kunnen worden overgelegd, vast komt te staan dat deze delen als bestanddelen kunnen worden aangemerkt die door de hoofdzaak worden nagetrokken. Immers als de niet te bewijzen delen een zelfstandig functionele eenheid blijken te zijn (bijvoorbeeld een later gekoppeld, zelfstandig, deelnet) dan zal dit deelnet waarschijnlijk niet als (onzelfstandig) bestanddeel kunnen worden aangemerkt en dient de bevoegde aanleg voor dit gedeelte op een andere wijze te worden aangetoond.3 Wanneer de notaris niet overtuigd is van de bevoegde aanleg van een net, kan hij conform artikel 37, eerste lid, sub c Kw een verklaring laten inschrijven. Deze verklaring zal in het register van voorlopige aantekeningen worden ingeschreven, waarna de aanlegger van het net een procedure kan starten op grond van artikel 3:20 BW. In kort geding zal de rechter een oordeel geven of de aanlegger met voldoende bewijsmiddelen zijn bevoegde aanleg kan onderbouwen en dat de bewaarder de verklaring van de notaris ten onrechte heeft ingeschreven in het register van voorlopige aantekeningen. Nadat een net is ingeschreven kunnen wijzigingen optreden in de omvang van het net. Het net kan worden uitgebreid, gesplitst of verkleind worden of de ligging van het net kan wijzigen. Hoewel dit niet met zoveel woorden volgt uit artikel 3:17, eerste lid sub k BW zullen al deze wijzigingen (opnieuw) ingeschreven kunnen worden. Bij uitbreiding van een net kan voor het nieuw aangelegde gedeelte een nieuwe netwerkaanduiding worden gevraagd. Op verzoek4 kunnen alle (zelfstandige) delen administratief tot één net worden verenigd door dit volledige net van één (nieuwe) netwerkaanduiding te voorzien. Gevolg hiervan kan zijn dat een hypotheekrecht dat op één van de zelfstandige delen rust, na vereniging op het volledige net gaat rusten.