Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.7.5.7.2
7.7.5.7.2 In schriftelijke huurovereenkomst of optieverzoek
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291272:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Reeds in het besluit van 24 maart 1999, nr. VB99/571, V-N 1999/19.21 keurde de Staatssecretaris van Financiën goed dat afgezien werd van een optieverzoek en dat de keuze voor de belaste verhuur in de huurovereenkomst werd vermeld. Met ingang van 1 januari 2009 is dit beleid gecodificeerd (Art. VI, onderdeel a van de Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale Onderhoudswet 2009), Stb. 2008, 567), omdat het kunnen opteren voor belaste verhuur in de huurovereenkomst de administratieve lasten van belastingplichtigen verlaagt en het beleid dat deze handelswijze goedkeurt ‘goed werkt’ (MvT, Kamerstukken II 2008/09, 31 717, nr. 3, p. 3.). Hoewel in de parlementaire geschiedenis niet nader is toegelicht waaruit de ‘goede werking’ van het kiezen voor belaste verhuur in de huurovereenkomst is afgeleid, ligt het in de rede dat deze conclusie is getrokken op basis van de (forse) daling van het aantal bij de inspecteur ingediende optieverzoeken. Voor het opteren in de huurovereenkomst gelden dezelfde voorwaarden als voor het opteren door middel van een optieverzoek (MvT, Kamerstukken II 2008/09, 31 717, nr. 3, p. 3).
Zie bijv.: Hof Amsterdam 24 november 2008, nr. 07/00941, ECLI:NL:GHAMS:2008:BG8914, r.o. 2.61 en 2.6.2, Rb Zeeland-West-Brabant 23 mei 2019, nr. BRE 17/3725, V-N 2019/52.25.2, r.o. 4.21, Hof Arnhem-Leeuwarden 24 december 2019, nr. 19/00407, V-N 2020/14.1.3, r.o. 4.8 en Hof Arnhem-Leeuwarden 10 maart 2020, nr. 19/00602, ECLI:NL:GHARL:2020:2111, r.o. 4.2.
HR 19 februari 1992, nr. 27.436, BNB 1992/149, r.o. 3.3. In gelijke zin: D.B. Bijl, ‘Belaste verhuur van onroerend goed’, WFR 1972/269, D.B. Bijl, De heffing van omzetbelasting ten aanzien van onroerend goed (diss.), Deventer: Kluwer 1990, p. 358, B.G. van Zadelhoff, ‘Wel en wee bij optie voor verhuur met BTW’, WFR 1993/189, paragraaf 3.4 en D.B. Bijl, Onroerend goed omzetbelasting en overdrachtsbelasting, Deventer: Kluwer 1998, p. 119.
W.A.P. Nieuwenhuizen, ‘Een huurovereenkomst even maken is zo eenvoudig nog niet’, BTW-bulletin 1999/67.
De tweede formele voorwaarde is dat die gezamenlijke keuze voor belaste verhuur van het onroerend goed moet blijken uit de schriftelijke huurovereenkomst1 of een verzoek aan de inspecteur (optieverzoek). Een dergelijke formele voorwaarde wordt ook door Frankrijk (alleen keuze in huurovereenkomst indien de huurder geen belastingplichtige is), Hongarije (optieverzoek), Italië (keuze in huurovereenkomst), Luxemburg (optieverzoek), Portugal (optieverzoek) en Zweden (optieverzoek bij vernieuwbouw) gehanteerd (zie paragraaf 7.7.4) en is naar mijn mening toegestaan op grond van art. 137 lid 2 Btw-richtlijn (zie paragraaf 7.7.3.1). Wordt niet aan deze formele voorwaarde voldaan, dan is de verhuur vrijgesteld.2 Wordt gekozen voor een optieverzoek, dan beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking.3 Uit art. 11 lid 1, onderdeel b, 5° Wet OB blijkt dat het voor een rechtsgeldige optie niet vereist is dat de inspecteur de beschikking op de ingangsdatum van de belaste verhuur heeft afgegeven. Het volstaat dat de verhuurder en de huurder op dat tijdstip een optieverzoek hebben gedaan.4
Dat de inspecteur op het optieverzoek beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking, betekent overigens niet dat met een optieverzoek vooraf zekerheid kan worden verkregen dat rechtsgeldig is geopteerd. De inspecteur maakt(e) in de beschikking op het optieverzoek in de praktijk het voorbehoud dat de huurder aan de 90%-eis voldoet.5 Daarmee is tevens gezegd dat het indienen van een optieverzoek ten opzichte van de keuze voor belaste verhuur in de schriftelijke huurovereenkomst geen enkel voordeel biedt, maar wel leidt tot extra administratieve lasten. In de praktijk komt het daarom niet of nauwelijks meer voor dat een optieverzoek wordt ingediend. De ROZ-modellen voor de huurovereenkomsten van kantoorruimte en winkelruimte gaan zelfs (uitsluitend) uit van een keuze voor belaste verhuur in de huurovereenkomst. Naar mijn mening kan het optieverzoek daarom worden geschrapt. Het heeft immers geen zin om een deur open te houden als die toch niet wordt gebruikt.