De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/9.4.3:9.4.3 Besluiten jegens geadresseerde met schade voor derden
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/9.4.3
9.4.3 Besluiten jegens geadresseerde met schade voor derden
Documentgegevens:
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284606:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie §7.4.2.1-7.4.2.2 en 7.5.3.1-7.5.3.2.
ABRvS 24 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG8294, AB 2009/213 (Amelands benzinestation II).
Zie §8.5.2.2.1 en 8.5.2.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
847. Ten slotte toetste ik het driestapsmodel aan besluiten jegens een geadresseerde die bij derden schade veroorzaken. De onrechtmatigheid van zulke besluiten schuilt in de strijd met (on)geschreven bestuursrechtelijke normen die ook tot de ongeldigheid daarvan leiden. Daarom geldt voor deze besluiten dezelfde benadering als bij bezwarende besluiten jegens de geadresseerde die strijden met zulke normen. In deze categorie vallen klassieke arresten als Duwbak Linda, Schietincident Alphen a/d Rijn en Barneveld/Gasunie. Ik illustreerde in hoofdstuk 7 dat deze casus zich in het driestapsmodel volgens mij consistenter oplossen.1
848. Ik besteedde ten slotte nog aandacht aan voor derden schadelijke vergunningverlening in strijd met omgevingsrechtelijke normen. De driestapstoets werkt daarbij hetzelfde als bij bezwarende besluiten. Steeds is de vraag met welke omgevingsrechtelijke norm(en) de vergunningverlening strijdt en hoe de driestapstoets op die norm uitwerkt. Sommige omgevingsrechtelijke normen strekken duidelijk niet tot bescherming van derden (stap 1), zoals op natuurbehoud gerichte normen. Andere normen strekken juist duidelijk wel tot bescherming van die derden tegen bepaalde schade. Sommige normen op het gebied van woon- of leefklimaat willen bijvoorbeeld beschermen tegen verlies van woongenot, normen op het gebied van veiligheid of gezondheid tegen letsel- en gezondheidsschade (stap 2). Bij andere normen is een volledige art. 6:98 BW-toets vereist (stap 3).
849. Ter illustratie van stap 3 ging ik uitgebreid in op de zogenaamde brancheringsregels die centraal stonden in de uitspraak Amelandse benzinepomp II.2 Daarin verleent de gemeente aan Ameland V.O.F. een bouwvergunning in strijd met een brancheringsregel waardoor diens concurrent Nagtegaal winst derft. De Afdeling oordeelt dat de weigeringsplicht van art. 48 lid 1 aanhef en onder b Wonw. 1962 (thans art. 2.10 lid 1 sub c Wabo) strekt tot bescherming van Nagtegaals schade. In de literatuur is deze uitspraak volgens mij terecht bekritiseerd. Die bepaling wil namelijk enkel waarborgen dat verleende vergunningen stroken met het bestemmingsplan. Zij strekt dus niet tot bescherming tegen schade (stap 1). De vergunningverlening strijdt echter ook met de brancheringsregel zelf. Die regels strekken soms tot het behoud van sommige detailhandel in een bepaald deel van het plangebied door een verbod op concurrentie elders in het plangebied. Zo’n regel heeft weliswaar niet duidelijk tot doel te beschermen tegen concurrentieschade (stap 2) – het ruimtelijk ordeningsrecht beoogt namelijk niet de concurrentieverhoudingen te regelen –, maar men kan evenmin zeggen dat de regel duidelijk niet daartegen wil beschermen. Binnen stap 3 komt aan die strekking vervolgens wel betekenis toe. Als de regel wil voorkomen dat detailhandel uit een deel van het plangebied verdwijnt door het verbod op concurrenten elders, legt dat wel gewicht in de schaal in de volle art. 6:98 BW-toets. Daarin speelt de aard en strekking van de geschonden norm immers ook een rol. Dat verklaart waarom concurrentieschade zoals die van Nagtegaal binnen stap 3 soms wel voor vergoeding in aanmerking komt.3