Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/2.6.1
2.6.1 Voorgeschiedenis
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS375846:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voorstel voor een Richtlijn van de Raad inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken, 4 mei 1999, COM (1999) 219 def. Dit is tevens het eerste voorstel dat onder de werking van Titel IV EG is ingediend.
Pb EG C 261 van 27 augustus 1997, p. 2. Zie tevens Trb. 1997, 253.
Pb EG C 261 van 27 augustus 1997, p. 26. Zie ook Losbladige Burgerlijke Rechtsvordering (Kluwer), Verdragen & Verordeningen, Band 2.
Gewijzigd voorstel voor een verordening van de Raad inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, 29 maart 2000, COM (2000) 75 def., Pb EG C 311 E van 31 oktober 2000, p. 112. Zie over het amendement de wetgevingsresolutie van het Europese Parlement over het voorstel voor een richtlijn betreffende de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken, Pb EG C 189 van 7 juli 2000, p. 91.
Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken, Pb EG L 160 van 30 juni 2000, p. 37.
Stb. 2001, 622.
Ingevolge art. 65 sub a, eerste liggend streepje EG vallen de maatregelen ter verbetering en vereenvoudiging van het systeem van grensoverschrijdende betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken onder de maatregelen die voor de totstandkoming van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid getroffen kunnen worden. De Europese Commissie heeft van deze mogelijkheid gebruikgemaakt en in 1999 een voorstel voor een EG-Betekeningsrichtlijn ingediend.1 De tekst van dit voorstel werd gebaseerd op de tekst van het Verdrag van 26 mei 1997 inzake de betekening en de kennisgeving in de Lidstaten van de Europese Unie van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken.2 Dit verdrag is door de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam niet in werking getreden. Bij dit verdrag behoort een toelichtend rapport.3 In de loop van de totstandkomingsprocedure is het voorstel voor de richtlijn mede naar aanleiding van een amendement van het Europees Parlement omgezet in een voorstel voor een verordening.4 Deze omzetting heeft te maken met het feit dat de regeling van een verordening in tegenstelling tot die van een richtlijn tot een effectievere toepassing van een communautaire maatregel leidt. Juist bij een onderwerp als dat van de betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken is een uniforme toepassing van groot belang. De implementatie van de bepalingen van een richtlijn in het nationale recht van de lidstaten zou tot grote verschillen in de toepassing kunnen leiden. Het voorstel voor de verordening heeft tot de invoering van de EG-Betekeningsverordening geleid die per 31 mei 2000 in werking is getreden.5
De verordening behoefde voor de inwerkingtreding ook een uitwerking in respectievelijk aanpassing van het nationale recht. Hieraan is in Nederland gestalte gegeven door de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening die op 21 december 2001 in werking is getreden.6 Doordat het tijdstip van de inwerkingtreding van de uitvoeringswet en van de verordening verschillen, is er in Nederland een situatie ontstaan dat de EG-Betekeningsverordening in werking is getreden op het moment dat er nog geen nationale uitvoeringsregeling bestond. Ter oplossing van de eventueel te rijzen problemen in dit interregnum heeft de Minister van Justitie een circulaire uitgegeven waarin de gevolgen van de inwerkingtreding van de EG-Betekeningsverordening voor Nederland werden aangegeven.7
Zoals al eerder opgemerkt, bestaan er bij de communautaire maatregelen geen toelichtende rapporten. Zowel het voorstel voor de EG-Betekeningsrichtlijn alsook het gewijzigde voorstel voor de EG-Betekeningsverordening bevatten een beknopte toelichting. In de literatuur wordt echter verdedigd dat aangezien de verordening de tekst van het EG-Betekeningsverdrag van 1997 in het communautaire recht incorporeert, de tekst van het toelichtend rapport bij dit verdrag kan worden gebruikt voor de interpretatie van de verordening.