Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/10.3.5
10.3.5 Incidentele overschrijding van de zeggenschapsdrempel (art. 5:72 lid 1 Wft)
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS365130:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie over deze “gratietermijn” uitgebreid § 15.2.3.
In het Verenigd Koninkrijk is de vrijstelling hiertoe beperkt, zie Note 4 on dispensations from Rule 9 en Rule 9.7. Onze Minister van Justitie expliciet aangegeven dat de oorzaak van de overschrijding van de bieddrempel niet relevant is, zie Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 3, p. 30. Vgl. in die zin reeds Nieuwe Weme 2004, p. 155. Zie bij voorbeeld de persberichten van Value8 van 21 april 2011 en 19 mei 2011 inzake de verkrijging en het verlies van overwegende zeggenschap in Fornix Biosciences, <www.value8.com>.
In Nederland is de gratietermijn in beginsel 30 dagen (art. 5:72 lid 1 Wft), maar deze kan door de OK worden verlengd tot maximaal drie maanden (lid 2).
In België geldt een vrijstelling als de bieddrempel met niet meer dan 2% is overschreden en het deel van het belang dat de drempel overschrijdt niet wordt vervreemd binnen 12 maanden. Bovendien mag het stemrecht op dat deel van het belang in die periode niet worden uitgeoefend (art. 52, § 7 Overnamebesluit). In Italië geldt hetzelfde voor overschrijdingen met maximaal 3% (art. 49.1(e) Consob-reglement). In Frankrijk geldt een maximale overschrijding van 3% in een periode van zes maanden (art. 234-4 Règlement Général AMF).
Het Duitse recht noemt geen concrete termijn, maar aangenomen moet worden aangenomen dat deze dichter bij de drie dan bij de twaalf maanden zal liggen, zie nader Faden 2008, p. 213-215. Datzelfde geldt voor de City Code, waar het belang binnen een “limited period” moet worden afgebouwd, zie Note 4 on dispensations from Rule 9 en Rule 9.7. Ook de Zwitserse regeling bevat geen concrete termijn, zie art. 32 lid 2 onder c BEHG.
In het richtlijnvoorstel van 11 november 1997 werd het aan de toezichthouders overgelaten te bepalen dat het tijdelijke bezit van effecten zonder de intentie om zeggenschap over de vennootschap uit te oefenen, zou zijn vrijgesteld van de biedplicht (zie art. 3 lid 2 Voorstel 1997).
Nieuwe Weme 2004, p. 155.
Als argument voor invoering van het duurzaamheidscriterium kan aangevoerd worden dat tijdelijke overschrijdingen van de zeggenschapsdrempel ook niet tot een biedplicht leiden. Alle lidstaten kennen in dergelijke gevallen een vrijstelling van de biedplicht wanneer het belang binnen een bepaalde termijn wordt afgebouwd.1 De meeste daarvan zien niet enkel op abusievelijke2 of passieve overschrijding van de bieddrempel. De termijnen variëren in de verschillende lidstaten van drie3 tot twaalf4 maanden.5 Hieruit kan men afleiden dat incidentele overschrijding, al dan niet door acting in concert, niet tot een biedplicht zou hoeven te leiden. Deze redenering gaat niet op. Om misbruik van de gratieregeling te voorkomen wordt in alle onderzochte landen geëist dat het stemrecht in de desbetreffende periode niet is uitgeoefend.6 Het geval dat een persoon de controle verwerft, voor hem gunstige veranderingen aanbrengt in de vennootschap en vervolgens – zonder een verplicht bod te hebben uitgebracht – zijn belang weer afbouwt tot beneden de bieddrempel7 , kan zich derhalve niet voordoen (zie eerder § 6.2.3.4). Door deze anti-misbruikclausule kan aan de gratieregeling geen argument worden ontleend voor het invoeren van het duurzaamheidscriterium. Zoals al eerder aan de orde kwam bestaat bij incidentele samenwerking net zo goed het gevaar van machtsmisbruik (§ 10.3.2.3).