RvdW 2024/667:Bedreiging van beveiliger van winkelcentrum met enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285 lid 1 Sr. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel. Alternatieve vergoedingsplicht. Heeft hof verzuimd in arrest op te nemen dat sprake is van alternatieve betalingsverplichting m.b.t. vordering b.p. en schadevergoedingsmaatregel? Hof heeft verdachte veroordeeld tot betaling van € 750 aan b.p. en legt schadevergoedingsmaatregel op van € 750 t.b.v. b.p. Hof heeft in zijn uitspraak ten onrechte niet vermeld dat toewijzing van vordering b.p. en oplegging van schadevergoedingsmaatregel een alternatieve vergoedingsplicht meebrengt, in die zin dat verdachte is gekweten van zijn plicht tot schadeloosstelling van b.p. als en v.zv. hij heeft voldaan aan verplichting tot vergoeding van schade die door b.p. is geleden. Op die manier wordt voorkomen dat veroordeelde o.g.v. één rechterlijke uitspraak gedwongen wordt om dezelfde schade tweemaal te vergoeden. HR zal doen wat hof had moeten doen. HR merkt op dat kennelijke misslag als deze zich bij uitstek leent voor herstel door hof zelf omdat het immers om een onmiddellijk kenbare fout gaat (zie NJ 2012/248, m.nt. M.J. Borgers en NJ 2012/490, m.nt. M.J. Borgers). Wanneer in zo’n geval zekerheidshalve (naast verzoek om herstelarrest) ook cassatieberoep is ingesteld, kan dat beroep of betreffend middel worden ingetrokken zodra herstelarrest is gewezen. Volgt (partiële) vernietiging v.zv. uitspraak niet alternatieve vergoedingsplicht bevat.