Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/661
Invoer van cocaïne (art. 2 onder A Opiumwet). Nietigheid onderzoek ttz. 1. Uitspraak niet binnen 14 dagen na inhoudelijke behandeling van zaak, art. 345 Sv. Kon hof in aanstaande meivakantie reden vinden om na afronding onderzoek ttz. de sluiting van onderzoek uit te stellen tot nadere tz.? 2. Enkelvoudige sluiting van onderzoek ttz., art. 348 en 350 Sv. Is arrest hof gewezen door raadsheren die niet op gehele onderzoek ttz. aanwezig waren, nu op sluitingszitting slechts 1 raadsheer van meervoudige kamer aanwezig was i.v.m. klemmende persoonlijke omstandigheden van andere raadsheer? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 18-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:858
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juni 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien,T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/01888
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:858, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑06‑2024
Essentie
Invoer van cocaïne (art. 2 onder A Opiumwet). Nietigheid onderzoek ttz. 1. Uitspraak niet binnen 14 dagen na inhoudelijke behandeling van zaak, art. 345 Sv. Kon hof in aanstaande meivakantie reden vinden om na afronding onderzoek ttz. de sluiting van onderzoek uit te stellen tot nadere tz.? 2. Enkelvoudige sluiting van onderzoek ttz., art. 348 en 350 Sv. Is arrest hof gewezen door raadsheren die niet op gehele onderzoek ttz. aanwezig waren, nu op sluitingszitting slechts 1 raadsheer van meervoudige kamer aanwezig was i.v.m. klemmende persoonlijke omstandigheden van andere raadsheer? HR: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.