RvdW 2024/654:Poging tot zware mishandeling door voorbijganger op scooter tegen zijn gezicht te slaan met ijzeren voorwerp, art. 302 lid 1 Sr. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. ijzeren voorwerp, art. 359 lid 2 Sv. Raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte geen staaf in handen heeft gehad en dat dit wordt bevestigd door camerabeelden en dat op de in de buurt aangetroffen ijzeren staaf geen DNA is aangetroffen van verdachte of slachtoffer. Hof is in zijn uitspraak van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afgeweken door tlgd. bewezen te verklaren, maar heeft in strijd met art. 359 lid 2 (tweede volzin) Sv echter niet in het bijzonder redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Volgt vernietiging en terugwijzing.