Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/658
Onverzekerd rijden in auto, art. 30 lid 4 WAM. Strafmotivering (geldboete van € 600), art. 25 lid 1 sub b WAM. Overweging hof dat verdachte door geen verzekering af te sluiten en in stand te houden, risico heeft genomen ‘slachtoffers te benadelen doordat zij hun schade niet kunnen verhalen’ is niet zonder meer begrijpelijk, nu in WAM is geregeld dat dergelijke slachtoffers (in beginsel) schadeloos worden gesteld. Terechte klacht kan evenwel bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden. Ook zonder deze overweging is strafoplegging toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
HR 18-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:837
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juni 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
22/01088
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Handhaving verkeersvoorschriften
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:837, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑06‑2024
Essentie
Onverzekerd rijden in auto, art. 30 lid 4 WAM. Strafmotivering (geldboete van € 600), art. 25 lid 1 sub b WAM. Overweging hof dat verdachte door geen verzekering af te sluiten en in stand te houden, risico heeft genomen ‘slachtoffers te benadelen doordat zij hun schade niet kunnen verhalen’ is niet zonder meer begrijpelijk, nu in WAM is geregeld dat dergelijke slachtoffers (in beginsel) schadeloos worden gesteld. Terechte klacht kan evenwel bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden. Ook zonder deze overweging is strafoplegging toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.