Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.3.4.2
2.3.4.2 De vraag naar ander recht
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS393138:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl: Hamill, S.P. (1998), 'The Origins Behind the Limited Liability Company', 59 Ohio State Law Joumal, blz. 1459-1522 en J.W. Callison (2001), Tederalism, Regulatory Competition and the Limited Liability Movement: The Coyote Howled and the Herd Stampeded', 26 Joumal of Corporation Law, blz. 951-981.
§ 801(a) RULLCA (rev. 2006).
Bijvoorbeeld Californië: § 17453 Cal. Corp. Code.
Ribstein, L.E. (2006), 'The Evolving Partnership', University of Illinois College of Law, Law and Economics Working Papers, Paper 68, blz. 11.
Kobayashi, B.H. en L.E. Ribstein (1996), 'Evolution and Spontaneous Uniformity: Evidence from the Evolution of the LLC', 34 Economic Inquiry, blz. 464-483 en L.E. Ribstein (2006), supra noot 68, blz. 16.
Ribstein, L.E. (1995), Statutory Forms for Closely Held Firms: Theories and Evidence from LLCs', 73 Washington University Law Quarterly, blz. 369-432.
Voor het toepasselijke recht op de GP en de LLP heeft bijvoorbeeld de staat Delaware de letterlijke tekst van de RUPA 1997 overgenomen (Del. Code Ann. Tit. 6 § 15-106 (binnen-statelijke LLP) en Del. Code Ann. Tit. 6 § 15-1101 (buitenstatelijk LLP). Californië heeft de tekst aangepast maar de interral affürs regel is hetzelfde als die van de RUPA 1997 (Cal. Corp. Code § 16106(b) (binnenstatelijke LLP) en Cal. Corp. Code § 16958(a) (buitenstatelijke LLP)).
35 staten en het District of Columbia hebben hun regelgeving voor de general partnerships en de limited liability partnership gebaseerd en/of afgestemd op de RUPA 1997.
N.V. Partnership Law § 121-1502(1).
De vraag ontstond naar nieuwe rechtsvormen die beter aansloten op de maatschappelijke ontwikkelingen en de behoeften van de kleine vennootschappen, die in een personenvennootschap werden vormgegeven of in een close corporation. De kleine besloten vennootschappen hadden behoefte aan een rechtsvorm waarin een flexibele bestuursstructuur, beperkte aansprakelijkheid en een gunstige fiscale classificatie met elkaar konden worden gecombineerd. Een dergelijke rechtsvorm bestond in de Verenigde Staten nog niet. Een paar innovatieve advocaten maakten zich sterk voor de introductie van deze rechtsvorm zodat zij tegemoet konden komen aan de wensen van hun cliënten. De combinatie van de vasthoudendheid van deze groep van advocaten en het bestaan van een informele en relatief toegankelijke statelijke wetgever, heeft uiteindelijk in 1977 in de staat Wyoming geleid tot de creatie van de eerste limited liability company (`LLC').1 De LLC is een hybride rechtsvorm, dat wil zeggen een kruising tussen een kapitaalvennootschap en een personenvennootschap. De combinatie van een algemene Revenue Ruling, die inhield dat een LLC als een personenvennootschap zou worden geclassificeerd, de druk vanuit de advocaten en accountants door onder andere de toenemende aansprakelijkstellingen en de kans dat een nieuwe rechtsvorm een positief effect zou kunnen hebben op de statelijke economie zorgden dat alle staten een LLC opnamen in hun vennootschapsrecht. In de latere fase, nadat in elke staat een LLC kon worden opgericht en er in elke staat LLC-regelgeving bestond, kwam de competitie meer op de voorgrond. De meeste statelijke regelgevingen staan namelijk expliciet toe dat buitenstatelijke LLC's zaken kunnen doen in de betreffende staat en bevatten over het algemeen regels die bepalen dat de buitenstatelijke LLC's worden beheerst door het recht van de staat waar de LLC is opgericht. Deze regel is ook opgenomen in de Revised Uniform Limited Liability Company Act.2 Sommige staten passen ook enkele lokale regels toe op de buitenstatelijke LLC's.3 Dit staat er niet aan in de weg dat vennootschappen vrij kunnen kiezen voor de staat van registratie. De mobiliteit van LLC's is hierdoor voor het grootste gedeelte gewaarborgd en kan er eenzelfde effect als bij de internal affürs-doctrine ontstaan. Naarmate de LLC zich ontwikkelde, werd deze rechtsvorm dan ook flexibeler en sloot de rechtsvorm beter aan bij de behoeften van kleine besloten vennootschappen.4 Het LLCrecht is in de loop der jaren steeds uniformer en efficiënter geworden.5 Nieuwe en aangepaste regels zijn in de plaats getreden voor ongewenste dwingende regels. Deze constante verandering suggereert op zichzelf de invloed van de jurisdictionele competitie.6
Nadat de LLC was geïntroduceerd resulteerden lobbyactiviteiten van Texaanse advocaten in de introductie van een tweede nieuwe rechtsvorm, de limited liability partnership, een personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid. De ontwikkeling van deze rechtsvorm komt uitgebreid aan de orde in hoofdstuk 4. Na de introductie in Texas verspreidde de LLP zich uiteindelijk snel over de Verenigde Staten: van 2 staten in 1992, tot alle 50 staten en het district van Columbia in 2001. De diverse statelijke LLP-regelgevingen zorgden wel voor verschillen in het personenvennootschapsrecht, onder andere ten aanzien van de beschikbaarheid van de LLP (voor niet-beroepsbeoefenaren) en de mate van bescherming tegen aansprakelijkheid. Daarnaast varieerden de jaarlijkse belastingen die de vennootschap moet betalen per staat. Deze verschillen in statelijke regelgeving zorgden ervoor dat vennootschappen de mogelijkheden onderzochten om te kunnen kiezen voor een gunstiger recht over de interne aangelegenheden en de aansprakelijkheid van vennoten, en daarnaast of het toepasselijke recht gescheiden kon worden van de plek waar de feitelijke activiteiten plaatsvonden. De RUPA 1997 bevat een internal affürs regel voor zowel binnenstatelijke als buitenstatelijke LLP's waarbij het oprichtingsrecht het recht is waar de LLP de statement of qualification heeft geregistreerd. De RUPA 1997 is echter modelwetgeving en verplicht de staten niet de regeling over te nemen.7 Er zijn nog steeds enkele staten die hun personenvennootschapsrecht niet op de RUPA 1997 hebben gebaseerd, zoals New York.8 New York Partnership Law bepaalt bijvoorbeeld dat het recht dat de buitenstatelijke LLP beheerst de interne aangelegenheden en de aansprakelijkheid regelt, met in achtneming van bepaalde extra eisen van het New Yorkse personenvennootschapsrecht.9 Dit kan onder andere betekenen dat beperkte persoonlijke aansprakelijkheid van de vennoten op grond van het gekozen gunstige buitenstatelijke vennootschapsrecht, in de staat New York buiten toepassing blijft.