Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/3.4.4:3.4.4 De bedrijfswaarde, het beginsel van de realiteitszin en het jaar van verliesneming
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/3.4.4
3.4.4 De bedrijfswaarde, het beginsel van de realiteitszin en het jaar van verliesneming
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS347993:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 20 maart 1985, nr. 22 852, BNB 1985/ 163.
Vergelijk ook HR 17 april 1991, nr. 27 074, BNB 1991/165.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot nog toe hebben wij primair 'realiteitszin' in verbinding met 'goed koopmansgebruik' onder de loep genomen. Omdat de realiteitszin echter ook een rol speelt bij het moment van verliesneming in relatie tot de bedrijfswaarde, wordt hierbij aan de hand van een voorbeeld uit de jurisprudentie kort stilgestaan.
Uit een overweging van het Hof Leeuwarden in HR 20 maart 19851 blijkt dat ook voor de bedrijfswaarde geldt dat een afwaardering moet plaatsvinden in het jaar waarin de waardedaling zich voordoet en niet in een willekeurig ander jaar2. Van toepassing in deze is het adagium dat opbrengsten en lasten toegerekend moeten worden aan de jaren waarop ze betrekking hebben. Het Hof overweegt: 'dat — evenzeer anders dan de Inspecteur meent — hantering van een zodanig stelsel niet inhoudt een stelselwijziging — al dan niet gericht op het behalen van een incidenteel fiscaal voordeel — indien althans juist is de stelling van belanghebbende, dat het desbetreffende jaar 1979 het eerste jaar is waarin een zodanig lagere bedrijfswaarde is gebleken;'.
Een voor de praktijk belangrijk arrest met als gevolg dat de mogelijke bedrijfswaardebepaling van activa of passiva van jaar tot jaar serieus moet worden bezien.