Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/6.2.3.5d:6.2.3.5d Aftrekrecht en het verstrekken van relatiegeschenken
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/6.2.3.5d
6.2.3.5d Aftrekrecht en het verstrekken van relatiegeschenken
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS304304:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van art. 16a wet blijft op de verstrekking van relatiegeschenken vanaf 1 januari 2007 het Bua van toepassing. Mocht het Bua met betrekking tot de verstrekking van relatiegeschenken onverbindend blijken te zijn, dan is de vraag of dan alsnog sprake kan zijn van een fictieve levering. Art. 16a is niet duidelijk hierover.
De verstrekking van een relatiegeschenk aan een aftrekgerechtigde ondernemer is géén prestatie als bedoeld in het Bua. Een dergelijk verstrekking zou dus vanaf 1 januari 2007 aangemerkt moeten worden als een fictieve levering in de zin van art. 3, lid 3, letter a, wet. Aan fictieve heffing lijkt niet te ontkomen, zelfs niet in het geval dat de verstrekking van het geschenk uitsluitend bedrijfsdoeleinden dient en geen enkel privébelang, noch van de verstrekkende ondernemer noch van degene aan wie hij het geschenk geeft (bijvoorbeeld blijkende uit het feit dat de ontvangende ondernemer wanneer hij het geschenk zelf zou kopen de daarop drukkende btw in aftrek zou kunnen brengen).
Ik bepleit dat bij een relatiegeschenk, waarvan de verstrekking in een rechtstreeks en onmiddellijk verband staat met een belaste prestatie en aannemelijk is dat het geschenk door de afnemer uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, een fictieve levering achterwege blijft. De presterende ondernemer zal bij zijn kostprijsberekening en de daarop gebaseerde prijsstelling voor de prestatie rekening gehouden hebben met de kosten van het relatiegeschenk. Door van fictieve heffing af te zien wordt onbedoelde cumulatie voorkomen. Hetzelfde resultaat kan bereikt worden door aan te nemen dat de presterende ondernemer een korting in natura verstrekt op de vergoeding van de primaire prestaties. De korting wordt omgezet in het ‘geschenk’.
Het kan ook voorkomen dat een relatiegeschenk niet in een rechtstreeks en onmiddellijk verband staat met een andere prestatie of dat het niet louter bedrijfsdoeleinden van de schenkende ondernemer dient maar ook zijn eigen privédoeleinden, die van zijn personeel of zijn relaties. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn als een ondernemer een zakenrelatie uitnodigt voor het bijwonen van een evenement, zoals een sportwedstrijd of een concert. In zo’n geval vind ik het duidelijk dat dit ‘geschenk’ andere dan bedrijfsdoeleinden dient. Het gaat hier om activiteiten die zich normaal gesproken in de privésfeer afspelen. Als het Bua al niet van toepassing is, zal in deze situaties niet aan een fictieve levering of dienst te ontkomen zijn, tenzij het gaat om een ingekochte dienst. In het laatste geval zal de op de ingekochte dienst drukkende btw niet aftrekbaar zal zijn.
Het blijkt dat ook in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk de fictieve heffing onverkort wordt toegepast, ongeacht de btw-status van de afnemer. Ook hier geldt weer dat het Verenigd Koninkrijk het mogelijk maakt dat de ter zake van de fictieve levering of dienst verschuldigde btw in aftrek wordt gebracht op basis van een ‘tax certificate’ (zie onderdeel 6.5.2).