Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.4.2.5:2.4.4.2.5 Tot slot
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.4.2.5
2.4.4.2.5 Tot slot
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS496621:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De opstellers van het ABC-rapport, het FFC-rapport en het vergelijkend overzicht kwamen allemaal tot de conclusie dat binnen de EU een btw tot en met de kleinhandelsfase het meest geschikte en neutrale omzetbelastingsysteem zou zijn. Met dit systeem zouden de bezwaren van de toen geldende omzetbelastingsystemen nagenoeg geheel worden weggenomen. Introductie van een btw zou verticale bedrijfsconcentraties tegengaan, de belastingdruk niet laten afhangen van het aantal schakels in de productie- en distributieketen en ervoor zorgen dat de belastingdruk eenvoudig zou kunnen worden vastgesteld in internationale transacties en zou kunnen worden afgewenteld op de volgende schakel in de productie- en distributieketen. Er bestond geen consensus over de te hanteren aftreksystematiek binnen het btw-systeem. Zo sprak de FFC een duidelijke voorkeur uit voor een ‘base on base’-methode, terwijl het ABC-rapport de ‘tax on tax’-methode laat prevaleren. Dit komt waarschijnlijk doordat het ABC-rapport vasthield aan het bestemmingslandbeginsel, terwijl de FFC dit ter discussie stelde en uiteindelijk koos voor het oorsprongslandbeginsel en beide beginselen (volgens de FFC) ieder een specifieke aftreksystematiek rechtvaardigen. Het is wellicht daarom dat Studiegroep C, de opsteller van het vergelijkend overzicht, geen duidelijke voorkeur uitsprak over de te hanteren aftrekmethodiek. De Uniewetgever nam voornoemde conclusies tot de zijne en introduceerde de btw. Uit de richtlijngeschiedenis kan duidelijk worden opgemaakt dat de (huidige) btw wat betreft de wijze van heffing, beoordeeld naar haar uiterlijke kenmerken, als doel heeft de (mededingings)neutraliteit te verzekeren. Als antwoord op de vraag naar wat de beoogde heffingswijze van de btw is volstaat dus ‘zo neutraal mogelijk’.