Re-integratie van de zieke werknemer; Nederland, Duitsland en flexicurity
Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/1.6.2:1.6.2 Stap I: Omschrijving van het onderwerp van onderzoek
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/1.6.2
1.6.2 Stap I: Omschrijving van het onderwerp van onderzoek
Documentgegevens:
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS576794:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Proposal for a council decision on guidelines for the employment policies of the Member States, Part II of the Europe 2020 Integrated Guidelines SEC (2010) 488. Flexicurity speelde eerder al een rol in de zogeheten Lissabonstrategie, die in 2010 afliep.
Europese Raad, ‘Council conclusions. Towards Common Principles of flexicurity’, nr. 16201/07, 6 december 2007, zie uitgebreid hierover hoofdstuk 3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu de structuur van het onderzoek is gegeven, kan stap I worden gezet: de omschrijving van het onderwerp van onderzoek. De EU streeft verdragsrechtelijk naar een gecoördineerde strategie tussen Lidstaten voor werkgelegenheid, waarbij in het kader van de EU 2020-strategie het begrip ‘flexicurity’ centraal staat.1 De acht ‘Common Principles of Flexicurity’ fungeren daarbij als referentiekader (Bijlage 2).2 Elke Lidstaat krijgt de vrijheid (Common Principle 3) én de opdracht (VWEU) om op nationaal niveau flexicurity te bevorderen. Nationaal beleid moet dus overeenstemmen met de Common Principles. Daarnaast ben ik geïnteresseerd in de rechten en verplichtingen bij re-integratie van de zieke werknemer. In mijn onderzoek wil ik deze twee onderwerpen aan elkaar koppelen.
Het onderwerp van onderzoek is daarom:
Is in de huidige Nederlandse arbeidsrechtelijke en werknemersverzekeringsrechtelijke rechten en verplichtingen met betrekking tot re-integratie van de arbeidsongeschikte werknemer rekening gehouden met de relevantste principes van flexicurity, de aangenomen EU-strategie voor werkgelegenheid? Zo niet, hoe kan Nederland daar dan wél rekening mee houden? Levert de Duitse regeling van re-integratie van de arbeidsongeschikte werknemer relevante inzichten op voor de Nederlandse situatie? Zo ja, welke dan?
De hypothese bij deze vraagstelling is dat Nederland en Duitsland gebonden zijn aan dat werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid én dat dat van belang is bij de rechten en plichten rond re-integratie bij arbeidsongeschiktheid. Lastig is hoe je kunt toetsen of in de rechten en plichten bij re-integratie rekening wordt gehouden met het bereiken van flexicuritydoelstellingen. Er zal dus moeten worden nagedacht over een toetsingskader. Als daarna duidelijk is hoe moet worden getoetst, kan worden onderzocht wat die toetsing oplevert en of de Duitse aanpak voor Nederland iets kan toevoegen. Ten slotte levert de waardering van de resultaten van de toetsing een antwoord op de onderzoeksvraag op.
De onderzoeksvraag is op te delen in een aantal deelvragen:
Klopt hypothese I: zijn Nederland en Duitsland gebonden aan werkgelegenheidsen arbeidsmarktbeleid dat in of vanuit de EU wordt gevoerd?
Zo ja, klopt hypothese II: is dat beleid relevant voor re-integratie van werknemers bij arbeidsongeschiktheid?
Zo ja, op welke wijze moeten Lidstaten rekening houden met dat beleid?
Hoe is het ‘rekening houden met flexicuritybeleid’ te toetsen?
Voldoet de manier waarop re-integratie van zieke werknemers in Nederland in het arbeidsrecht en werknemersverzekeringsrecht is vormgegeven, volgens het toetsingskader aan dat beleid? Zo ja, hoe; zo nee, waarom niet?
Draagt de manier waarop re-integratie van zieke werknemers in Duitsland in het arbeidsrecht en ‘Sozialrecht’ is geregeld bij aan het bereiken van flexicuritydoelen? Zo ja, hoe?
Zijn -met de Duitse regeling in het achterhoofd- verbeteringen in Nederland nodig of wenselijk en zo ja welke?
De deelvragen bestrijken een ruim terrein. Voordat het doel van de rechtsvergelijking bij stap II. kan worden geformuleerd is het tijd voor een ‘disclaimer’. Wat wordt vooral niet besproken?