Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/8.2.1:8.2.1 Verstrekken van middelen anders dan bij wijze van voorschieten
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/8.2.1
8.2.1 Verstrekken van middelen anders dan bij wijze van voorschieten
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS343407:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In gelijke zin Van Schilfgaarde, Het Financieele Dagblad, 15 mei 1991. Anders: Slagter, De financiering van een Stichting Continuïteit als houdster van beschermingsprefs, TVVS 1991/7, p. 183, Oostwouder, Beschermingsprefs: een huis gebouwd op de rots of op het zand?, TVVS 1993/ 2, p. 30 en Schwarz, Het Financieele Dagblad, 1 mei 1991.
Vgl. Schutte-Veenstra (diss.) 1991, p. 106 en Huizink, GS Rechtspersonen 2006, art. 2:95 BW, aant. 2.
Zie paragraaf 7.6.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het meest voor de hand liggende alternatief is dat de vennootschap de volstorting van de beschermingsprefs financiert. Art. 2:98c BW laat financiële steunverlening door de vennootschap in de vorm van leningen toe, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan en de lening onder zakelijke voorwaarden wordt overeengekomen.1 Art. 2:98c BW heeft echter geen betrekking op het verstrekken van middelen anders dan bij wijze van voorschieten.2 Dit artikel ziet slechts op de verstrekking van gelden bij wijze van het voorschieten van middelen.
Kan de vennootschap de gelden anders dan bij wijze van voorschieten verstrekken? Blijkens de parlementaire geschiedenis, is financiële steunverlening in de vorm van een schenking onder art. 2:98c BW en onder art. 23 (inmiddels art. 25) van de Tweede EG-richtlijn in geen enkel geval toegestaan, aldus de minister.3 Met de beginselen van kapitaalbescherming en het waarborgen van een reële kapitaaldeelname verdraagt zich slecht dat de financiële middelen uit het vermogen van de vennootschap komen, waarvan van tevoren vaststaat dat deze daar niet naar terugkeren. Ik begrijp de minister zo dat schenkingen van de vennootschap die louter plaatsvinden om de nemer van het aandeel in staat te stellen om aan zijn stortingsplicht te voldoen, waarbij niet de verwachting bestaat dat die gelden terugkeren naar de vennootschap, niet zijn toegestaan. Er is dan geen sprake van het ter beschikking stellen van risicodragend kapitaal door de aandeelhouder. De nemer wordt weliswaar aandeelhouder en aan hem komt dientengevolge het stemrecht en het dividendrecht op de aandelen toe, maar de plicht tot volstorting van de aandelen rust alsnog op hem.4 Tegen deze achtergrond kan mijns inziens niet gesteld worden dat de stichting die gelden van de vennootschap uit hoofde van een storting à fonds perdu ontvangt met als enige doel om daarmee aan haar stortingsplicht te kunnen voldoen, niet kan aanwenden ter storting op de beschermingsprefs. Zolang het de bedoeling is om de gelden te doen terugkeren bij de vennootschap, is geen sprake van een schenking. Een storting à fonds perdu is geen schenking.5
Volstorting van de beschermingsprefs ten laste van de vrij uitkeerbare reserves van de vennootschap is naar mijn mening zonder meer mogelijk, zolang de stichting tot op zekere hoogte gerechtigd is tot het vermogen van de vennootschap en de kapitaalbeschermingsregels in acht worden genomen. Ik kom daarop in paragraaf 8.6 terug.