Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.2.7.2
4.2.7.2 Maatregelen genomen door de ECB
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Beukers 2013, p. 1591.
Zie Hinarejos 2015a, p. 16-23.
Zie Beukers 2013. Zie ook Hinarejos 2015a, p. 20.
Beukers 2013, p. 1619.
Hinarejos 2015a, p. 20-21.
En voegde daaraan toe: ‘And believe me, it will be enough’. Deze uitspraken deed Draghi tijdens een conferentie in Londen op 26 juli 2012.
Uitspraak Bundesverfassungsgericht: BVerfG 14 januari 2014, 2 BvR 2728/13 (prejudiciële verwijzing) en BverfG 21 juni 2016, 2 BvR 2728/13 (bodemzaak). Uitspraak Hof van Justitie: HvJ EU 16 juni 2015, C-62/14 (Gauweiler e.a.). Voor een annotatie bij de uitspraak van het Hof van Justitie zie o.a.: Borger 2016 en Hinarejos 2015b. Voor verdere literatuurverwijzingen bij de uitspraak van het Bundesverfassungsgericht en de betekenis ervan: Hinarejos 2015a, p. 129 en 130 en de daarin opgenomen verwijzingen.
Beukers 2013.
Hinarejos 2015b, p. 573 en Beukers 2013, p. 1619.
Naast de instrumenten om financiële assistentie te geven aan lidstaten in nood, heeft de ECB naar aanleiding van de crisis verschillende onconventionele maatregelen genomen om de lidstaten (financieel) te ondersteunen. Volgens Beukers vallen sommige van deze maatregelen – in bepaalde omstandigheden – buiten de kernbevoegdheid van de ECB, namelijk het behoud van prijsstabiliteit.1
De bevoegdheden van de ECB zijn beperkt in het verdrag. Ten eerste om de onafhankelijkheid van de bank te waarborgen – uitgangspunt is dat monetaire beleid geacht wordt apolitiek en technisch van aard te zijn – en om de bevoegdhedenverdeling tussen het monetair beleid (exclusieve bevoegdheid van de EU) en economisch en budgettair beleid (bevoegdheid van de nationale lidstaten – binnen bepaalde grenzen) te scheiden. En ten tweede omdat de lidstaten zelf verantwoordelijk zijn voor hun schulden.2
De maatregelen die de ECB heeft genomen kunnen worden volgens Beukers worden verdeeld in twee categorieën.3 Ten eerste hebben de maatregelen betrekking op het voorzien van liquiditeit aan banken. De ECB is hiertoe bevoegd, maar naar aanleiding van de crisis werd het makkelijker voor banken om liquiditeit te krijgen van de ECB. Anderzijds echter heeft de ECB in verschillende situaties ook (gedreigd) juist geen liquiditeit aan de banken te verstrekken in bepaalde lidstaten met financiële problemen. Hierdoor waren de lidstaten verplicht steun te zoeken bij de opgezette mechanismen voor financiële steun in ruil voor economische hervormingen. Op deze manier zou de ECB proberen politiek te bedrijven.4
In de tweede plaats heeft de ECB ook verschillende maatregelen genomen om obligaties van eurolanden op te kopen. Artikel 123 VWEU legt een verbod op aan de ECB om direct obligaties te kopen van lidstaten, dus heeft de ECB regelingen opgetuigd waarbij het op de secundaire markt obligaties kan kopen van lidstaten in de problemen.5 In 2010 is het Securities Markets Programme opgezet dat in 2012 vervolgens is overgenomen door het aangekondigde Outright Monetary Transactions (OMT)-programma. De aankondiging van dit programma volgde op de bekende uitspraak van Draghi, de president van de ECB: “(…) the ECB is ready to do whatever it takes to preserve the euro.”6 Deze uitspraak en de aankondiging van het programma heeft een positief effect gehad op de markten en daarmee ook op de stabiliteit van de euro, hoewel het programma tot op de dag van vandaag nog niet is toegepast. Anderzijds heeft de aankondiging van dit programma ook veel voeten in de aarde gehad. Critici van het programma vonden dat het ongelimiteerd opkopen van staatsobligaties van eurolanden in strijd was met het verbod op monetaire financiering en bovendien betekende dat de ECB het economisch en budgettair beleid van de lidstaten probeerde bij te sturen en daarom niet binnen haar mandaat viel. Reden daarvoor was dat de ECB condities stelt aan het opkopen van staatsobligaties, namelijk dat de lidstaat financiële steun krijgt van het ESM of het EFSF en voldoet aan de daaraan gekoppelde conditionaliteit.
Deze argumenten werden ook naar voren gebracht door de klagers bij het Duitse constitutionele hof, het Bundesverfassungsgericht, waar de legaliteit van het OMT aan de orde werd gesteld. In de uitspraak van het Bundesverfassungsgericht over het OMT-programma heeft het hof geoordeeld dat de Duitse centrale bank alleen mag participeren in het OMT-programma als het programma aan verschillende voorwaarden voldoet. Deze voorwaarden zijn afgeleid uit de uitspraak van het Hof van Justitie (Gauweiler e.a.) inzake de prejudiciële vraag van het Bundesverfassungsgericht over, kort gezegd, het mandaat van de ECB en of het OMT-programma in strijd is met het verbod op monetaire financiering. De gestelde voorwaarden moeten verzekeren dat de ECB door middel van het OMT-programma geen economisch beleid gaat voeren dan wel artikel 123 VWEU, het verbod op monetaire financiering, overtreedt.7
Volgens Beukers kan er naar aanleiding van de maatregelen die de ECB heeft genomen niet meer enkel worden gesproken van interactie tussen de centrale bank en de lidstaten, maar kan zelfs worden gesproken van interventie.8 Het lijkt voor de ECB nu vooral een kwestie van balanceren tussen de verboden neergelegd in de verdragen en de noodzaak om op onbekend terrein de nodige maatregelen te nemen om de stabiliteit van de euro te garanderen.9