Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/5.6.5
5.6.5 Het alternatieve regime
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS392080:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dit geldt voor de artt. 26 t/m 33 cao nr. 94.
De definitie is neergelegd in art. 3 § 5 cao nr. 84.
Zie het voorontwerp tot omzetting van art. 16 van richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen d.d. 17 september 2007, 95/D.07-5, CRB/2007-1078, CCR 300-6. Dit document is niet openbaar maar voor wetenschappelijke doeleinden in te zien bij de NAR.
Zie de artt. 5, 8 en 9 Wet houdende diverse maatregelen.
Het alternatieve regime treedt steeds in werking indien een Belgische vennootschap fuseert met een buitenlandse vennootschap die aan enige vorm van medezeggenschap is onderworpen. Het alternatieve regime is neergelegd in de hoofdstukken IV tot en met VII cao nr. 94. Hoofdstuk IV geeft voorschriften over de procedure voorafgaand aan de onderhandelingen. Hier is de samenstelling van de BOG, maar zijn ook de bevoegdheden van de BOG geregeld. Een apart hoofdstuk V is gewijd aan de inhoud van de overeenkomst. De wettelijke referentievoorschriften en een aantal overige bepalingen zijn neergelegd in respectievelijk hoofdstuk VI en hoofdstuk VII. De wet van 19 juni 2009 houdende diverse maatregelen en de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen bevatten de regels inzake de geheimhouding.
In tegenstelling tot het Nederlandse en het Duitse recht, bepaalt het Belgische recht niet expliciet dat de toepassing van de referentievoorschriften door het Belgische recht wordt beheerst indien België het vestigingsland is. Deze bedoeling blijkt wel uit art. 24 cao nr. 94 waarin is neergelegd dat ‘de referentievoorschriften voor medezeggenschap (…) van toepassing zijn vanaf de datum van inschrijving van die vennootschap in België’.
De bepalingen van het alternatieve regime zijn door een aantal lastige verwijzingen soms moeilijk te doorgronden. De cao nr. 94 spreekt op diverse plaatsen over het ‘vertegenwoordigingsorgaan’.1 Dit begrip komt ook in cao nr. 84 voor en is daar gedefinieerd als ‘het grensoverschrijdende orgaan dat de werknemers vertegenwoordigt, ingesteld bij (…) overeenkomst of overeenkomstig de referentievoorschriften (…)’.2 Daarmee is gedoeld op de SE-OR. De uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap kent een dergelijk orgaan echter niet. Als oplossing is in art. 16 § 3 (laatste alinea) cao nr. 94 opgenomen dat voor de toepassing van de referentievoorschriften onder het begrip ‘vertegenwoordigingsorgaan’ de BOG wordt verstaan. Deze verwijzing is opgenomen bij de bevoegdheden van de BOG. Het was logischer – en een stuk eenvoudiger – geweest het begrip ‘vertegenwoordigingsorgaan’ in de tekst te vervangen door de BOG. Dat was de leesbaarheid en toepasbaarheid van de regeling ten goede gekomen. Vreemd genoeg was in eerdere concepten van de cao nr. 94 wel voor deze oplossing gekozen, maar is daar later zonder nadere motivering vanaf geweken.3
Ook de Wet houdende diverse maatregelen spreekt over het ‘vertegenwoordigingsorgaan’.4 Het begrip doelt in deze wet klaarblijkelijk niet op de BOG, aangezien het vertegenwoordigingsorgaan in de betreffende bepalingen naast de BOG is opgenomen. Het lijkt erop dat het begrip ‘vertegenwoordigingsorgaan’ in deze wet zonder betekenis is.