De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.8.1:6.8.8.1 Algemeen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.8.1
6.8.8.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS401927:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 5 is uitgebreid ingegaan op de Europese verjaringsregels die zijn neergelegd in de Verordening nr. 2988/95.1 Besproken is dat het begin van de verjaringstermijn en de stuitingsregeling rechtstreeks doorwerken in de nationale rechtsorde. Dit geldt niet per definitie voor de lengte van de verjaringstermijn. In artikel 3, eerste lid, van de Verordening nr. 2988 /95 is weliswaar bepaald dat de verjaringstermijn vier jaar bedraagt, maar in het derde lid van dat artikel is neergelegd dat het de lidstaten vrij staat langere verjaringstermijnen toe te passen. Deze vrijheid is niet onbegrensd. Uit recente jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat het hanteren van civielrechtelijke verjaringstermijnen die niet specifiek zijn geschreven met het oog op de bescherming van de financiële belangen van de EU voldoende voorzienbaar moeten zijn en indien zij extreem lang zijn, in strijd komen met het evenredigheidsbeginsel.
In deze paragraaf wordt onderzocht in hoeverre de toepasselijke Europese verjaringsregels bij de intrekking en terugvordering van Europese subsidies door Nederlandse uitvoeringsorganen problemen opleveren.