Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden
Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/5.4.2:5.4.2 De uitvoering en de uitkomsten van de habitattoets
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/5.4.2
5.4.2 De uitvoering en de uitkomsten van de habitattoets
Documentgegevens:
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS448644:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De verplichting daartoe vloeit voort uit art. 19a, lid 10 Nbw 1998.
Provincie Drenthe 2012, p. 25.
Provincie Limburg 2013, p. 44 (tabel 7.1).
Ministerie van EL&I 2011, p. 92, 93 en 97.
De zeedijk rond de Tweede Maasvlakte vormt de buitengrens van het Natura 2000-gebied Voordelta [www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj= n2k&groep=9&id=n2k113&- topic=documenten].
Rijkswaterstaat 2008b, p. 107-109.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voorafgaand aan de opname in het beheerplan dienen de mogelijke effecten van de instandhoudingsmaatregelen en het bestaand gebruik op de kwalificerende habitats en soorten te zijn onderzocht. De wijze waarop dit is gebeurd en de uitkomsten van de habitattoets zijn samengevat in Tabel 5 (zie Tabel 5 aan het einde van dit hoofdstuk).
Alle beheerplannen zijn onderworpen aan een habitattoets. De habitattoets bestaat in ieder geval uit een voortoets. Indien een project mogelijkerwijs significant verstorende effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende habitats en soorten is het verplicht om een passende beoordeling op te stellen. De uitvoering van de habitattoets is noodzakelijk om vast te stellen of de instandhoudingsmaatregelen en/of het bestaand gebruik verslechterende of significant verstorende effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende habitats en soorten.1 In dat kader ligt het voor de hand dat voor alle onderzochte beheerplannen een voortoets is uitgevoerd. Vervolgens is voor bijna alle beheerplannen ook een passende beoordeling vastgesteld. Een uitzondering hierop vormt het beheerplan voor het Natura 2000-gebied Norgerholt.
Naar de mening van de opstellers van dit beheerplan heeft het huidig bestaand gebruik in en rond dit Natura 2000-gebied geen of hooguit verslechterende effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de kwalificerende habitats. Wel moet een passende beoordeling worden opgesteld bij toekomstige snelheidsverhoging op doorgaande wegen door Norgerholt en bestemmingsplanwijzigingen in de directe omgeving.2
Het is op basis van de informatie in de beheerplannen niet duidelijk op welke manier de voortoets en/of de passende beoordeling is uitgevoerd. In de gevallen waarin wel een passende beoordeling is opgesteld heeft dit bij 9 beheerplannen geleid tot de conclusie dat de instandhoudingsmaatregelen en/of het bestaand gebruik mogelijkerwijs leiden tot significant verstorende effecten. Om die reden zijn in het beheerplannen voor Abdij Lilbosch, Deelen, Eilandspolder, Groote Wielen, Lepelaarsplassen, Solleveld & Kapittelduinen, Westduinpark Wapendal, Zeevang en de Voordelta mitigerende maatregelen vastgelegd.
In de beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden Broekvelden en Oudeland zijn geen mitigerende maatregelen opgenomen. Volgens de opstellers van dat eerste plan staat het bestaand gebruik het realiseren van de Natura 2000-doelen niet in de weg. Een toelichting ontbreekt, waardoor niet geheel duidelijk wordt wat hiermee wordt bedoeld. De habitattoets in het Oudeland van Strijen heeft uitgewezen dat het bestaand gebruik geen verslechterende en/of significant verstorende effecten heeft.
Bij bestudering van de mitigerende maatregelen in de beheerplannen valt een aantal zaken op. In eerste plaats zijn de mitigerende maatregelen soms onduidelijk en/of erg beknopt geformuleerd, dit is onder meer het geval bij de beheerplannen voor Abdij Lilbosch en Eilandspolder:
Ingevolge het beheerplan voor het Natura 2000-gebied Abdij Lilbosch & voormalig klooster Mariahoop moeten bij het uitvoeren van groot onderhoud op de zolders waar de kwalificerende ingekorven vleermuis voorkomt ‘op voorhand negatieve effecten worden uitgesloten’.3
In de tweede plaats komt het voor dat bepaalde maatregelen ten onrechte worden aangemerkt als een mitigerende maatregel. Dit is bijvoorbeeld het geval in het beheerplan voor de Deelen.
De aard van de voorgestelde maatregelen in dit beheerplan loopt nogal uiteen. Onder het kopje mitigerende maatregelen wordt onder andere een onderzoek naar dynamisch peilbeheer, het niet meer uitvoeren van vaarexcursies ten behoeve van vogels en de ontwikkeling van een gedragscode door Gedeputeerde Staten aangekondigd. Bij het eerste en laatste voorbeeld is geen sprake van een mitigerende maatregel.4 Wel is het denkbaar dat een onderzoek naar dynamisch peilbeheer en een gedragscode in de toekomst kunnen bijdragen aan het treffen van mitigerende maatregelen.
In de derde plaats valt op dat in geen van de beheerplannen duidelijk is wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van de mitigerende maatregelen. Daarnaast ontbreekt informatie over de wijze waarop mitigerende maatregelen eventueel kunnen worden afgedwongen. Als gevolg hiervan is het twijfelachtig in hoeverre de mitigerende maatregelen daadwerkelijk en op een correcte manier worden uitgevoerd.
Het beheerplan voor de Voordelta is het enige plan waarin compenserende maatregelen zijn vastgelegd. Om de significant verstorende effecten als gevolg van de aanleg en het gebruik van de Tweede Maasvlakte te compenseren worden een bodembeschermingsgebied ingesteld, en worden vijf rustgebieden ten behoeve van vogels en zeehonden aangewezen. Het gaat hierbij niet om het compenseren van significant verstorende effecten van instandhoudingsmaatregelen of bestaand gebruik in het Natura 2000-gebied de Voordelta, maar om activiteiten die net buiten dit Natura 2000-gebied plaatsvinden.5 Een bijzonderheid hierbij is dat de aanwijzing van de rustgebieden eveneens fungeert als een mitigerende maatregel om de effecten van bestaand gebruik (in het bijzonder recreatie) weg te nemen.6 Het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen wordt op termijn uitgebreid met het duingebied ‘Spanjaardsduinen’. Dit voorlopige Natura 2000-gebied is aangelegd als compensatiemaatregel voor de aanleg en het gebruik van de Tweede Maasvlakte. Deze maatregel is niet opgenomen in het beheerplan voor Solleveld & Kapittelduinen.