De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/1.5:1.5 De opbouw van dit boek
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/1.5
1.5 De opbouw van dit boek
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS375110:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De structuur van dit boek volgt grotendeels de in par. 1.2 uitgezette deelvragen. De hoofdstukken zijn los van elkaar te lezen.
Het tweede hoofdstuk bevat een overzicht van de onderzochte rechtsstelsels en van het rechtseconomische debat over de efficiëntie van het recht op nakoming. Voorts vindt in dit hoofdstuk de behandeling plaats van de vraag naar de wettelijke grondslag van het recht op nakoming en de vraag welke plaats het recht op nakoming zou moeten krijgen in een eventueel Europees Burgerlijk Wetboek.
Het derde hoofdstuk behandelt de stelplichten van een schuldeiser die nakoming vordert in vergelijking met een schuldeiser die schadevergoeding vordert.
Het vierde tot en met het zevende hoofdstuk gaan over de verweermiddelen die een schuldenaar aan een vordering tot nakoming kan tegenwerpen. In hoofdstuk vier bespreek ik het verweermiddel dat de verbintenis waarvan de schuldeiser nakoming vordert een (hoogst)persoonlijk karakter heeft. In het vijfde hoofdstuk ga ik in op de betekenis van (het ontbreken van) toerekenbaarheid aan de zijde van de schuldenaar voor het recht op nakoming van de schuldeiser. In hoofdstuk zes doe ik een poging om te komen tot een objectivering van de open norm dat een schuldenaar van nakoming is ontslagen als nakoming in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd (relatieve onmogelijkheid). In par. 6.4 spits ik die bespreking toe op de objectivering van de open redelijkheidsnorm die het recht op nakoming normeert bij de koopovereenkomst en de overeenkomst van aanneming van werk. Hoofdstuk zeven behandelt de rechtsgevolgen van een beroep door de schuldenaar op gedeeltelijke of tijdelijke onmogelijkheid van nakoming.
In hoofdstuk acht neem ik de positie van de rechter onder de loep die zich dient uit te spreken over een vordering tot nakoming.
De aan nakoming verwante rechtsfiguren zijn het onderwerp van hoofdstuk negen.
In hoofdstuk tien maak ik de balans op door de belangrijkste bevindingen samen te vatten en geef ik een overzicht van de aanbevelingen die uit dit onderzoek voortvloeien. In hoofdstuk elf vindt men de Engelse samenvatting.